Wat maakt een museum tot een plek waar mensen vertrouwen in hebben? Deskundigheid, natuurlijk. Maar ook onafhankelijkheid, zorgvuldigheid en het vermogen om mensen aan het denken te zetten.

Een onderzoek dat Ipsos I&O in opdracht van de Museumvereniging uitvoerde laat zien dat Nederlanders musea zien als professioneel en betrouwbaar en van mening zijn dat musea zorgvuldig met feiten omgaan. Driekwart vindt dat musea veel of heel veel waarde hebben voor de samenleving en bijna een derde kijkt inmiddels positiever naar musea dan enkele jaren geleden. Een meerderheid zou een museumbezoek bovendien zeker of waarschijnlijk aanraden aan anderen. Een mooi resultaat voor een sector die dit jaar honderd jaar is verenigd.

Een museumbezoek begint misschien met een schilderij, een historisch object, een wetenschappelijke ontdekking of een verhaal dat je nog niet kende. Maar wat bezoekers uiteindelijk meenemen, is meer dan dat: een nieuw inzicht, een andere blik, een gesprek. Of simpelweg het gevoel: hier heb ik iets bijzonders gezien. Dat vertrouwen en die waardering zijn niet vanzelfsprekend. Het onderzoek laat zien dat het vertrouwen in de informatie van musea vooral samenhangt met de mate waarin musea als betrouwbaar en onafhankelijk worden gezien. Nederlanders twijfelen zelden aan de informatie die musea geven en vinden dat musea zorgvuldig omgaan met feiten. Musea worden bovendien vaak getypeerd als onmisbaar, professioneel en informatief. 

Feiten doen ertoe

Ook als het gaat om de informatie die musea bieden is het vertrouwen groot. 69 procent van de Nederlanders vindt de informatie bij tentoonstellingen betrouwbaar en 65 procent vindt dat musea zorgvuldig met feiten omgaan. Dat is in een tijd waarin feiten, bronnen en waarheden voortdurend onderwerp van gesprek zijn een belangrijke constatering. Musea worden gezien als plekken waar kennis ertoe doet en waar zorgvuldig met feiten wordt omgegaan. 

Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat vertrouwen niet vanzelf spreekt. Zo vindt 54 procent dat musea informatie neutraal presenteren en 52 procent dat ze aandacht hebben voor verschillende kanten van een verhaal. Over de herkomst van informatie zijn Nederlanders minder uitgesproken: 38 procent vindt dat musea daar open over zijn, terwijl een relatief grote groep aangeeft dit niet goed te kunnen beoordelen. Juist daar ligt een kans. Transparant zijn over bronnen, keuzes en verschillende perspectieven helpt om het vertrouwen verder te versterken. 

Onmisbaar, professioneel en informatief 

Wanneer Nederlanders musea typeren komen drie eigenschappen duidelijk naar voren: onmisbaar, professioneel en informatief. Het onderzoek laat daarnaast zien dat ook vernieuwend zijn, bezoekers centraal stellen en er voor iedereen zijn bijdragen aan de waardering van musea. Daarmee wordt zichtbaar wat mensen van musea verwachten: niet alleen kennis en deskundigheid maar ook aandacht voor bezoekers en de samenleving waarin musea functioneren. 

Hoewel negen op de tien Nederlanders wel eens een museum bezoeken, is er ook een groep die nauwelijks of nooit gaat. Hun houding is opvallend genoeg meestal niet negatief, maar eerder neutraal. Ze hebben er simpelweg minder mee. Geen tijd, geen interesse, geen museum in de buurt of niemand om mee te gaan: het zijn praktische en persoonlijke redenen die ervoor zorgen dat het museum geen vanzelfsprekend onderdeel van hun leven is. Voor sommigen geldt ook dat ze museumbezoek niet van huis uit hebben meegekregen. Daar ligt een belangrijke mogelijkheid: zorgen dat kinderen al op jonge leeftijd vertrouwd raken met het museum. Musea kunnen relevant en betekenisvol blijven door goed te luisteren naar bezoekers én naar mensen voor wie een museumbezoek minder vanzelfsprekend is. Hun ervaringen, verwachtingen en perspectieven helpen musea om zich te blijven ontwikkelen en een breed publiek te bereiken. Juist daarin ligt een belangrijke opgave voor de komende jaren: het vertrouwen dat Nederlanders in musea hebben verder versterken door transparant te zijn, ruimte te bieden aan verschillende perspectieven en het gesprek met bezoekers aan te (blijven) gaan. 

Een eeuw ervaring, een toekomst vol vertrouwen 

Honderd jaar Museumvereniging is een mooi moment om bij stil te staan. In een eeuw is er enorm veel veranderd. Musea ontwikkelden zich, hun publiek werd diverser en ook de samenleving waarin zij functioneren ziet er anders uit dan honderd jaar geleden. Maar één ding blijft overeind: de kracht van musea om mensen iets te laten ontdekken, te leren, te ervaren en zich tot de wereld om hen heen te laten verhouden.  

Het onderzoek van Ipsos I&O bevestigt hoe sterk die kracht wordt gewaardeerd: Nederlanders hebben vertrouwen in de informatie die musea bieden en waarderen hun maatschappelijke betekenis. Dat is een resultaat om trots op te zijn én een verantwoordelijkheid om dat vertrouwen iedere dag opnieuw waar te maken. Door zorgvuldig om te gaan met feiten. Door onafhankelijk en deskundig te blijven. Door verschillende perspectieven te laten zien. Door te vernieuwen en bezoekers centraal te stellen. En vooral door ervoor te zorgen dat musea plekken zijn waar iedereen zich welkom voelt.Er is voor iedereen een museum. Dat gebeurt niet vanzelf. Het is het werk van de mensen die in de museumsector actief zijn; van conservator tot curator, van educator tot beveiliger, van directeur tot vrijwilliger, van restaurator tot marketeer. Samen maken zij van musea plekken die ertoe doen. Na honderd jaar is dat vertrouwen misschien wel het mooiste erfgoed dat we kunnen meenemen naar de toekomst. 

Over het onderzoek 

Ipsos I&O voerde in opdracht van de Museumvereniging onderzoek uit met als doel om inzicht te krijgen in de mate waarin Nederlanders de museumsector vertrouwen. Hiervoor werd van 12 t/m 16 augustus 2026 een online vragenlijst uitgezet waaraan 1.622 Nederlanders van 18 jaar en ouder meededen. De respons is gewogen op leeftijd, geslacht, regio, opleidingsniveau, stemgedrag en migratieachtergrond en is daarmee representatief voor deze kenmerken.