Foto: Sake Elzinga

Op 23 september is het de Internationale Dag van de Gebarentalen. In Nederland zijn naar schatting 1,5 miljoen mensen doof of slechthorend. Een deel van hen gebruikt de Nederlandse Gebarentaal (NGT) als eerste taal. Sinds 1 juli 2021 is NGT wettelijk erkend in Nederland. Toch is er in de samenleving nog veel werk te verzetten om ervoor te zorgen dat gebarentaal meer een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven wordt.

Ook voor musea ligt hier een belangrijke rol. Hoe zorg je ervoor dat dove bezoekers zich welkom voelen en volwaardig kunnen deelnemen? We gingen hierover in gesprek met het Maritiem Museum Rotterdam, het Drents Museum en Musea in Gebaren. Zij delen hun ervaringen en praktische lessen over het toegankelijk maken van musea in Nederlandse Gebarentaal. Want toegankelijkheid gaat verder dan alleen een rondleiding.

Begin bij de doelgroep 

Voor het ene museum begint de ontwikkeling van NGT-aanbod met een concrete kennismaking met een rondleiding in gebarentaal. Zo maakte het Maritiem Museum Rotterdam tijdens de tentoonstelling Maritieme Meesterwerken, onderdeel van Boijmans bij de Buren, voor het eerst kennis met rondleidingen in NGT. “We zagen hoeveel waarde het heeft wanneer bezoekers een museumverhaal in hun eigen taal kunnen beleven. Dat inspireerde ons om ook binnen het Maritiem Museum rondleidingen in NGT aan te bieden.”

Bij het Drents Museum ging daar een bredere zoektocht naar toegankelijkheid aan vooraf. In 2017 ondertekende het museum het convenant Samen maken we de Nederlandse vrijetijdssector beter toegankelijk. Een jaar later onderzocht de Zonnebloem waar de toegankelijkheid in het museum verbeterd kon worden. De uitkomsten daarvan werden onder meer meegenomen in de inrichting van Labyrinthia, de vaste collectiepresentatie. Daar werd gekozen voor een multizintuiglijke inrichting met onder andere tastobjecten, geuren, beschrijvingen, beeld en geluid. Vanuit het motto voor programma’s op maat – ‘Samen als het kan, apart als het nodig is’ – ontstond vervolgens de vraag welk aanbod specifiek nodig was voor dove bezoekers. Daaruit kwamen de NGT-rondleidingen voort.

De gidsen maken samen met meestal de schrijver van de rondleiding en een gebarentolk een rondje langs de zalen. Vervolgens zetten ze de informatie om naar een rondleiding die past bij hun doelgroep. Daarbij bedenken ze soms ook een gebaar voor de naam van een kunstenaar. Beroemde kunstenaars hebben soms al een gebaar, maar voor in Nederland onbekende kunstenaars is dat er vaak nog niet. Zo hoeven gidsen de naam niet iedere keer helemaal uit te spellen tijdens de rondleiding.

De rondleidingen bij het Maritiem Museum worden gegeven door Kirsten de Ven. Zij is zelf doof, opgeleid als museumdocent en kan daardoor vanuit eigen ervaring aansluiten bij de bezoekers. “Dat maakt de rondleiding niet alleen toegankelijk, maar zorgt ook voor herkenning en een inclusieve ervaring.”

Toegankelijkheid gaat verder dan de rondleiding

Voor het Maritiem Museum gaat toegankelijkheid verder dan alleen een gebouw kunnen binnenkomen. “Toegankelijkheid betekent voor ons niet alleen dat iemand het museum binnen kan, maar ook dat diegene het verhaal van de collectie daadwerkelijk kan begrijpen en beleven.” Dat geldt niet alleen voor dove en slechthorende bezoekers. Het museum ontwikkelt vergelijkbaar aanbod voor blinde en slechtziende bezoekers en voor mensen met dementie. Om dit professioneel op te pakken, is het museum aangesloten bij Toegankelijk Museum. “Voor veel dove bezoekers is NGT hun eerste taal. Een rondleiding in gebarentaal zorgt ervoor dat zij het verhaal direct in hun eigen taal kunnen beleven, zonder tussenkomst van een tolk gebarentaal.”

Ook bij het Drents Museum werd dat besef scherper. Het museum leerde dat geschreven taal voor veel bezoekers een tweede taal is. “NGT is hun eerste taal, en dat betekent dat het niet altijd even makkelijk is teksten te lezen.” Met dat besef werkt het museum er nu aan om ook de filmpjes in de vaste collectiepresentatie van een NGT-vertaling te voorzien.

Zoek contact met de dovengemeenschap

Volgens Roos Wattel, oprichter van Musea in Gebaren, onderdeel van stichting IN Gebaren, begint toegankelijkheid bij contact met de dovengemeenschap zelf. “De dovengemeenschap is vaak een compleet onbekende doelgroep. Musea weten vaak niet wat de behoeften zijn van doven en slechthorenden en hoe ze deze doelgroep kunnen bereiken. Er is een kloof aanwezig.” Door je in de doelgroep te verdiepen, zie je volgens Wattel beter welke concrete stappen helpen.

Het Drents Museum herkent dat. Dove bezoekers maken volgens het museum niet altijd gebruik van dezelfde sociale media als andere doelgroepen. Ook vraagt het bereiken van de doelgroep om een actieve aanpak. “Je moet ze overtuigen dat het museum ook iets voor hen te bieden heeft.” Ook het Maritiem Museum noemt het bereiken van de doelgroep een uitdaging. “Je moet goed weten via welke kanalen je mensen kunt bereiken en met welke organisaties en netwerken je daarvoor kunt samenwerken.”

Neem de hele organisatie mee

Toegankelijkheid gaat bovendien niet alleen over het programma. Ook medewerkers op de museumvloer spelen een belangrijke rol. “Collega’s bij de kassa en op de museumvloer moeten bijvoorbeeld weten dat er bezoekers kunnen zijn die niet of minder goed kunnen horen. Het gaat dus niet alleen om de rondleiding zelf, maar om de totale bezoekerservaring.” De collega’s op de vloer krijgen daarom vooraf een aantal gebaren aangereikt, zodat ze bezoekers welkom kunnen heten in hun eigen taal.

Het Drents Museum trekt dezelfde lijn door in zijn tips aan andere musea: neem collega’s mee in het proces, van de directie tot de beveiliging en de kassa. Zo heeft iedereen de handvatten om een bezoek soepel te laten verlopen.

Als de doelgroep klein lijkt: denk in kansen

Aan musea die twijfelen omdat de doelgroep ‘te klein’ zou zijn, geven het Maritiem Museum en het Drents Museum een duidelijk antwoord. “Een museum is er niet alleen voor de grootste groep bezoekers. Je bent er voor iedereen die interesse heeft in je collectie en je verhaal.” Het Drents Museum laat zien hoe je dit praktisch kunt aanpakken. Organiseer niet via individuele inschrijvingen, maar werk samen met een vaste partner die groepsbezoek organiseert. Zo komt het Maculacafé in Assen bij iedere nieuwe tentoonstelling langs. “Probeer niet te denken in problemen, maar in kansen.”

Veranker toegankelijkheid in het museum

Nederlandse Gebarentaal is sinds 2021 officieel erkend in Nederland. Ook bevat het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap artikelen over toegankelijkheid van kunst en cultuur. Voor Roos Wattel is dat een belangrijk signaal: toegankelijkheid mag serieus genomen worden en verdient een structurele plek in het museumbeleid, de missie, visie en meerjarenplannen. “Zie het niet als een los project met een begin en een einde, maar als een vast onderdeel van het museum. Net zo onmisbaar als de beveiliging van het museum.” Door jaarlijks budget vrij te maken en toegankelijkheid te verankeren in alle afdelingen van het museum, vergroot een organisatie het draagvlak en blijft er aandacht om dit verder te ontwikkelen voor verschillende doelgroepen. “Dat begint dus met het bewustzijn dat toegankelijkheid altijd een onderdeel van de identiteit van het museum is, en niet iets wat ervan los staat.”

Tips voor musea die willen beginnen

Het Drents Museum is eerlijk over de snelste route: “Als je morgen wil beginnen, dan kan je als eerste stap een tolk Nederlandse Gebarentaal inhuren. Is dit de beste stap? Nee, maar het is wel de snelste oplossing.” Belangrijker is contact zoeken met de dovengemeenschap. “Begin bij kijken of er een dovencommunity bij jouw museum in de buurt is. Zij weten het beste wat mensen nodig hebben.”

Daarnaast heb je tijd en continuïteit nodig om zoiets op te bouwen. Iets doen voor een specifieke doelgroep vraagt om een lange adem en een structurele aanpak. Het Maritiem Museum sluit daarbij aan: “Ga eerst in gesprek met de doelgroep. Vraag wat zij belangrijk vinden, waar zij behoefte aan hebben en wat een museumbezoek voor hen prettig en toegankelijk maakt.” Betrek de doelgroep vervolgens ook echt bij de ontwikkeling van het aanbod.

Musea in Gebaren voegt daar de langetermijnblik aan toe: begin laagdrempelig en in kleine stapjes, maar zorg dat het niet bij een eenmalig project blijft. Intrinsieke motivatie is daarbij belangrijk. “Het personeel van een museum mag zich goed bewust zijn van de oorspronkelijke functie van het museum: de collectie toegankelijk maken voor iedereen. En dat ‘iedereen’ dan ook echt iedereen betekent.” Om musea daarbij op weg te helpen, bundelt Musea in Gebaren tien jaar ervaring in de Musea in Gebaren Toolbox, die dit najaar verschijnt. “We hopen alle musea in Nederland te kunnen enthousiasmeren om aan de slag te gaan met toegankelijkheid voor doven en slechthorenden.”

Met dank aan Marieke van Os, Kirsten Kampinga enTanja Annen.
Tekst: Sarah Al Dhahir
Redactie: Natasha Wiesemann
Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met De Code Diversiteit & Inclusie .

Links