Als publieke instellingen hebben we de verantwoordelijkheid om ruimte te maken voor verhalen die tot nu toe zijn weggedrukt.
In 2026 bestaat de Museumvereniging precies honderd jaar. Wat begon als overleg tussen enkele museumdirecteuren en hoogleraren is uitgegroeid tot een landelijke vereniging die vandaag de dag meer dan 500 musea vertegenwoordigt. Al honderd jaar zijn musea via deze vereniging met elkaar verbonden en nauw verweven met de samenleving. In het kader daarvan publiceren wij een serie duo-interviews met museumprofessionals waarbij we dieper ingaan op actuele thema’s uit de sector. In dit interview spreken we met twee invloedrijke stemmen: Hedy d’Ancona, activist, oud-politica en cultureel boegbeeld en Margriet Schavemaker, algemeen directeur van Kunstmuseum Den Haag en uitgesproken pleitbezorger voor inclusie in de kunst- en cultuursector.
Op een heldere winterochtend in Amsterdam spreken we elkaar in Hedy’s appartement aan de gracht. Wanneer Margriet even later binnenkomt – mét taart, want het is haar verjaardag – ontstaat direct een open en energiek gesprek. Hedy en Margriet herkennen elkaars activisme onmiddellijk: in hun werk, in hun manier van spreken en in hun vasthoudendheid. Twee generaties, één missie: systemen actief bevragen en ruimte maken voor andere verhalen. Voor beide vrouwen is activisme geen bijzaak, maar een vanzelfsprekend onderdeel van hun professionele en maatschappelijke rol. Margriet: “Het is mijn maatschappelijke plicht, zeker als directeur van een publiek instituut, om systemen die ongelijkheid in stand houden – gender, race, rijkdom – kritisch te benaderen en open te breken.” Hedy knikt en vult aan dat het inderdaad het systeem is dat veranderd moet worden, niet alleen de cijfers. “Inhalen van achterstanden is te doen,” zegt ze, “maar daarmee heb je het systeem nog niet veranderd.”
Van persoonlijke strijd naar structurele verandering
In de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw baande Hedy zich als één van de weinige vrouwen een weg door politiek en cultuurbeleid. Terreinen die destijds vrijwel volledig door mannen werden bezet. Later, als minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (1989–1994), kreeg ze de kans om haar overtuigingen ook in beleid om te zetten. Op die periode kijkt ze nog altijd met plezier en voldoening terug. “In een tijd van bezuinigingen wist ik, samen met slimme ambtenaren, een prachtige Rembrandt aan te kopen, Portret van Johannes Wtenbogaert (1663), die nu in het Rijksmuseum hangt. Ook bedachten we een Deltaplan voor het cultuurbehoud, waarmee veel werkloze afgestudeerden aan de slag konden. Maar moeilijk was het óók. Als vrouw moet je het thuis draaiende houden naast een ministerschap dat je opslokt.” Hedy haalt een veelzeggende anekdote aan: tijdens een vergadering van de wethouders van de vier grote steden kreeg ze een briefje aangereikt. Haar dochter had gebeld: ‘Mam, is die klont in de vriezer kip of iets anders?’ De mannen keken haar aan alsof er een wereldcrisis was uitgebroken. Hedy vertelde het hen droogjes: “Wanneer worden júllie eigenlijk ooit gestoord in jullie werk door dit soort dingen?” Het tekent precies het systeem waar ze tegen vocht en dat, zo benadrukt ze, nog steeds niet verdwenen is.
Een zaag tussen de broekspijpen
Hedy’s activistisch denken wordt prachtig verbeeld in een kunstwerk dat in haar slaapkamer hangt: een tekening van Len Munnik, een cadeautje van Len toen Hedy een paar jaar voor het ministerschap staatssecretaris werd. Een bos met dikke bomen waarin de stammen ook broekspijpen verbeelden. En daar loopt een kleine feministische, strijdlustige vrouw met haar zaagje tussendoor. Een metaforische scène van verzet en vastberadenheid. “Er hoeven geen mannen te sneuvelen,” zegt Hedy mild. “Maar ze moeten wél bewegen.”
De museumwereld in beweging
Ook Margriet heeft zo’n moment waarop haar feministische bewustzijn kantelt. In haar functie bij het Stedelijk Museum Amsterdam ontdekte ze dat slechts vier procent van de collectie uit werk van vrouwen bestond. In haar latere directiefuncties vertaalde ze die overtuiging ook in aankoopbeleid, programmering en samenwerkingen, waarmee ze structurele verschuivingen in gang zette. Een belangrijke wake up call kwam van kunstenaar Jacqueline de Jong, die tijdens een groot symposium over labyrinten – georganiseerd naar aanleiding van de tentoonstelling Machinespektakel van Jean Tinguely – op de eerste rij opstond en fijntjes opmerkte dat zij als pionier volledig ontbrak in het programma. Ze herinnerde Margriet eraan dat zij in 1963 een themanummer van The Situationist Times over het labyrint had gemaakt en dus onmiskenbaar onderdeel van het gesprek had moeten zijn. Het confronterende moment leidde uiteindelijk tot een grote overzichtstentoonstelling én tot haar terugkeer in de canon. “Ik had mijn huiswerk niet goed gedaan,” erkent Margriet. Hedy herkent die structurele patronen: “Zelfs wanneer vrouwen hoger afstuderen dan mannen, vertaalt dat zich nog steeds niet in gelijke posities of kansen.” “En,” vult Margriet aan, “vrouwen die wél zichtbaar zijn, worden via social media en publieke opinie ook nog eens disproportioneel aangevallen. Dat jaagt velen weg voordat ze kunnen doorgroeien.”
Musea als maatschappelijke motor
Zijn musea volgers van maatschappelijke veranderingen of juist aanjagers ervan? Margriet stelt: “We reageren niet op alle maatschappelijke ontwikkelingen, maar als publieke instellingen hebben we de verantwoordelijkheid om ruimte te maken voor verhalen die tot nu toe zijn weggedrukt: de stemmen van vrouwen, kunstenaars van kleur, minder belichte perspectieven.” Hedy prijst de vele stappen die zijn gezet; digitalisering, aandacht voor onderbelichte kunstenaars en nieuw onderzoek, maar waarschuwt ook. “Kunst is vaak het eerste doelwit van populistische regeringen. Cultuur en vrouwenrechten zijn altijd kwetsbaar.” Beiden pleiten voor toegankelijkere musea: van gerichte programmering tot gratis entree voor bepaalde doelgroepen en vooral sterk investeren in educatie. Want wie als kind een museum binnenstapt, komt later vaker terug.
Wat geven ze door aan de nieuwe generatie?
De jonge generatie museumprofessionals staat voor complexe opgaven, zegt Margriet. Balanceren tussen diversiteit en relevantie binnen structuren die deels nog traditioneel zijn. “Ze moeten slimme strategieën ontwikkelen voor collecties, voor representatie, voor verbinding met het publiek.” Hedy benadrukt het belang van jong beginnen en representatie: “Je moet kinderen nieuwsgierig maken, laten herkennen waar ze vandaan komen. Dan groeit er een band die blijft.” Ze vertelt dat haar liefde voor kunst begon op de middelbare school, door inspirerende leraren. “Nieuwsgierigheid,” zegt ze. “Dat drijft me nog steeds.” Margriet groeide op in Zoetermeer tussen muziek en boeken maar werd af en toe meegenomen naar het Haags Gemeentemuseum. Musea zijn voor haar plekken van rust én energie: “Een wereld waar ik graag verblijf.”
Twee generaties, één missie
Wanneer de taart bijna op is blijft een aanstekelijke energie achter. Twee generaties feministen die elkaar moeiteloos begrijpen, in hun activisme, in hun nuchterheid en in hun volharding.
Hun gesprek laat zien hoe zestig jaar vrouwenemancipatie, cultuurbeleid en museale vernieuwing met elkaar verweven zijn. En hoe de opdracht voor musea in de komende honderd jaar onverminderd urgent blijft: systemen bevragen, verhalen herschrijven en ruimte creëren voor wie te lang buiten beeld is gebleven.
Interview: Udo Feitsma
Redactie: Udo Feitsma en Natasha Wiesemann
Foto’s: Mark Rammers
De foto’s zijn genomen in het appartement van Hedy d’Ancona in Amsterdam.