Aylin Beijersbergen Wacht niet op een crisis: het gesprek van vandaag kan morgen het verschil maken.
In 2026 bestaat de Museumvereniging honderd jaar. In aanloop daarnaartoe spreken we met museumprofessionals over actuele thema’s in de sector. Dit keer spreken we met Mike van der Steenhoven, coördinator Collectieveiligheid bij het Mauritshuis, en Aylin Beijersbergen, beleidsadviseur bij de Museumvereniging. Vanuit hun verschillende perspectieven bespreken zij hoe musea zich kunnen voorbereiden op risico’s en waarom goede veiligheidszorg begint bij kennis, samenwerking en het gesprek met elkaar.
Meer dan een verzameling objecten
Wie door het Mauritshuis loopt, staat oog in oog met Hollandse en Vlaamse schilderkunst uit de zestiende en zeventiende eeuw. Tot de collectie behoren unieke en wereldwijd bekende werken. Maar wat maakt zo’n collectie nu werkelijk onvervangbaar? Volgens Mike gaat het niet alleen om de afzonderlijke schilderijen, maar ook om de samenhang tussen de werken, hun geschiedenis en de plek waar de collectie is ondergebracht. Aylin trekt die gedachte door naar de Collectie Nederland. Musea beschermen tastbare objecten, van schilderijen en beelden tot auto’s en historische gebruiksvoorwerpen, maar ook immaterieel erfgoed en de verhalen die aan collecties verbonden zijn. “We beschermen niet alleen iets om naar te kijken,” zegt ze. “We beschermen ook maatschappelijke waarden, verhalen en identiteit. Iets wat laat zien waar een samenleving voor staat en wat mensen met elkaar verbindt.”
Juist in een tijd van polarisatie, geopolitieke spanning en onzekerheid krijgt die verantwoordelijkheid extra betekenis. Want wanneer erfgoed verloren gaat, verdwijnt niet alleen een object. Er kan ook een deel verdwijnen van het collectieve geheugen waarmee mensen begrijpen wie ze waren, wie ze zijn en wie ze kunnen worden. Die bredere betekenis vormt de kern van hun gesprek: erfgoed beschermen is geen culturele luxe, maar draagt bij aan de weerbaarheid van de samenleving.
De onzichtbare wereld achter het schilderij
Voor bezoekers lijkt het vanzelfsprekend: schilderijen hangen rustig aan de muur en kunnen van dichtbij worden bekeken. Achter die ogenschijnlijke rust bevindt zich echter een wereld van beveiliging, sensoren, cameratoezicht, risicoanalyses, trainingen en onderlinge afspraken. “Het schilderij is eigenlijk een soort deur naar Narnia,” zegt Mike. “Je ziet het werk aan de voorkant, maar daarachter gaat een hele wereld schuil.” Een groot deel van zijn werk speelt zich bewust buiten het zicht van het publiek af. “Ik werk in de schaduw. Hoe minder je van mij hoort, hoe beter het meestal is.” Het is een treffende omschrijving van een vakgebied waarin succes vaak betekent dat er niets gebeurt. Juist daardoor is de waarde van veiligheidszorg niet altijd eenvoudig zichtbaar te maken.
Aylin ziet daarin zowel een kwaliteit als een uitdaging. Veiligheid is geen taak van één specialist of één afdeling. Zij hoort in het verhaal van Mike vooral hoeveel mensenwerk erachter schuilgaat. Protocollen en installaties zijn belangrijk, maar uiteindelijk moeten collega’s elkaar weten te vinden, informatie delen en op het juiste moment kunnen handelen.
Van brand en diefstal naar een verweven dreigingsbeeld
Brand, diefstal en wateroverlast zijn geen nieuwe risico’s. Wat wel is veranderd, is hun plaats binnen een veel breder dreigingsbeeld. Musea moeten rekening houden met langdurige stroomuitval, cyberaanvallen, maatschappelijke onrust, desinformatie, klimaatverandering en internationale conflicten. Mike ziet in zijn vakgebied een duidelijke verschuiving. Veiligheid werd vroeger vooral bij beveiligers en collectiehulpverleners neergelegd. Nu raakt dit steeds nadrukkelijker aan crisismanagement en aan de samenwerking tussen verschillende afdelingen van een organisatie. Bij een maatschappij ontwrichtende situatie kan een klein gespecialiseerd team het niet alleen oplossen. De communicatieafdeling kan bijvoorbeeld signaleren dat rond een tentoonstelling, evenement of object spanningen ontstaan. ICT-collega’s weten welke digitale systemen kwetsbaar zijn. Gebouwbeheer kent de installaties, terwijl collectieprofessionals kunnen aangeven welke objecten onder bepaalde omstandigheden het meeste risico lopen. “Je moet met zijn allen naar veiligheid kijken,” zegt Mike. “Dat is tegenwoordig veel breder dan vroeger.”
Ook cyberveiligheid is niet langer los te zien van collectieveiligheid. Musea zijn voor hun collectieregistratie, klimaatbeheersing, beveiliging, toegangscontrole, kaartverkoop, gebouwbeheer en communicatie afhankelijk van digitale systemen. Uitval kan daardoor niet alleen leiden tot gegevensverlies, maar ook de dagelijkse bedrijfsvoering en de toegang tot de collectie ontregelen.
Aylin wijst daarnaast op een minder tastbare digitale kwetsbaarheid: de zeggenschap over data en verhalen. Online informatie kan uit haar context worden gehaald, worden verdraaid of onderdeel worden van desinformatie. Musea gelden als betrouwbare bronnen, men twijfelt zelden aan de informatie die musea geven en men vindt dat musea zorgvuldig omgaan met feiten. Dat maakt dat de collecties en verhalen een doelwit kunnen zijn voor cyberaanvallen en gepolariseerde maatschappelijke discussies. Daarmee krijgt ook communicatie een veiligheidsfunctie. Niet om het publieke debat te controleren, benadrukt Mike, maar om te weten wat er rond een museum, collectie of programma speelt. Vroege signalering kan helpen om dreigingen te herkennen voordat ze zich fysiek of digitaal manifesteren.
Een plan begint met een gesprek
Om musea bij die opgave te ondersteunen ontwikkelde de Museumvereniging samen met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de Wegwijzer en het Selectiekader Weerbaarheid Collectiebeherende Instellingen. De wegwijzer behandelt onder meer digitale verstoringen, langdurige stroomuitval, maatschappelijke spanningen, wateroverlast en brand. Met reflectievragen, concrete acties en oefenscenario’s helpt het document teams om risico’s bespreekbaar te maken en praktische acties in te richten. De openingszin vat de aanpak samen: “Wacht niet op een crisis: het gesprek van vandaag kan morgen het verschil maken.” Iedere stap helpt en één gesprek kan al een begin zijn. De wegwijzer kan worden gebruikt in een teamoverleg, als aanvulling op een bedrijfs- of collectiehulpverleningsplan of in gesprekken met bestuurders, gemeenten en hulpdiensten. Volgens Aylin is dat belangrijk, omdat een omvangrijk beleidsstuk kleinere instellingen al snel kan afschrikken. Een groot deel van de leden van de Museumvereniging bestaat uit musea met minder dan tien fte. Zij hebben niet altijd de mensen en middelen om een afzonderlijke veiligheidsspecialist aan te stellen. Juist voor hen moet kennis toegankelijk, toepasbaar en schaalbaar zijn. “Het hoeft niet het mooiste of meest gelikte plan te zijn,” zegt ze. “Het moet bij jouw organisatie, jouw gebouw en jouw collectie passen. Het begint ermee dat mensen met elkaar in gesprek gaan en beseffen: vanuit mijn positie kan ik ook bijdragen.” Mike is het daarmee eens. “Beleid moet je met elkaar maken. Ik kan in mijn eentje van alles verzinnen om een collectie veilig te stellen, maar als collega’s het niet kennen of niet weten wat hun rol is, heeft zo’n plan weinig waarde.”
Dat betekent niet dat afspraken vrijblijvend zijn. Tijdens een crisis biedt een vastgelegd plan houvast, juist wanneer de druk hoog is en er weinig tijd bestaat voor overleg. Maar het document is het resultaat van voorbereiding, niet het vertrekpunt. De echte weerbaarheid ontstaat wanneer mensen weten wie beslist, wie een collega vervangt, waar hulpmiddelen liggen en met welke interne en externe partners zij moeten schakelen.
Begin bij wat je al weet
Voor musea die niet weten waar ze moeten beginnen, heeft Mike een nuchter advies: breng eerst de risico’s in kaart. Dat hoeft niet meteen met ingewikkelde berekeningen. Medewerkers kennen hun gebouw vaak beter dan zij denken. Ze weten waar eerder lekkage is geweest, welke installatie verouderd is of welke ruimte bij hevige regen kwetsbaar wordt. “Ga met elkaar om de tafel zitten,” zegt hij. “Je kunt nooit alle risico’s tegelijk aanpakken. Maar je kunt wel vaststellen wat de prioriteiten zijn en van daaruit stap voor stap verder werken.”
Ook Aylin benadrukt dat musea niet moeten onderschatten wat er al aanwezig is. De Museumnorm, de bijbehorende kennisbank en het netwerk van museumconsulenten bieden aanknopingspunten. De kunst is om een groot onderwerp klein en hanteerbaar te maken. Een reflectievraag tijdens een werkoverleg of een gesprek met vrijwilligers bij de koffie kan al blootleggen welke kennis aanwezig is en waar nog hiaten zitten. Een concreet scenario helpt daarbij. In de wegwijzer wordt bijvoorbeeld beschreven wat er gebeurt als in een museum de stroom uitvalt: verlichting, toegangspoortjes, alarmsystemen, liften en klimaatinstallaties kunnen tegelijk worden geraakt. Door medewerkers enkele minuten te laten nadenken over hun eerste handelingen, worden afhankelijkheden en onduidelijke verantwoordelijkheden snel zichtbaar.
Moeilijke keuzes maak je vóór een crisis
Voorbereiden betekent ook erkennen dat bij een ernstige calamiteit niet altijd alles kan worden gered. Die constatering is ongemakkelijk maar volgens Mike onvermijdelijk. Bij het Mauritshuis is daarom vooraf, samen met conservatoren, het hoofd Collectie en de directie bepaald welke werken bij evacuatie prioriteit krijgen. “Op het moment dat je werkelijk moet evacueren, kun je die discussie niet meer voeren,” zegt hij. “Dan moet duidelijk zijn waarop je je concentreert en wie welke beslissing neemt.” Welke objecten voorrang krijgen hangt bovendien af van het scenario. Bij langdurige stroomuitval kunnen andere werken kwetsbaar zijn dan bij brand of een gewapend conflict. Materiaal, klimaatcondities, uniciteit en de praktische mogelijkheid om een object veilig te verplaatsen spelen allemaal een rol. Aan de wegwijzer is daarom een selectiekader gekoppeld. Dat ondersteunt collectiebeherende instellingen bij het bepalen welke objecten voorrang krijgen bij bescherming of evacuatie. De wegwijzer brengt risico’s in beeld, het selectiekader helpt bij de keuzes die daaruit voortvloeien.
Kennis delen maakt de sector sterker
Een museum staat bij deze opgave niet alleen. Mike is voorzitter van het Haags Preventienetwerk waarin musea, bibliotheken, archieven en andere erfgoedinstellingen veiligheidskennis uitwisselen. Het netwerk organiseert themadagen, bespreekt praktijksituaties en brengt in kaart welke kennis, medewerkers en materialen instellingen bij een calamiteit met elkaar kunnen delen. Daaruit springt een belangrijk principe uit: kwetsbaarheid hoeft geen individuele tekortkoming te zijn. Wanneer instellingen open met elkaar kunnen spreken over dilemma’s, incidenten en oplossingen wordt praktijkkennis beschikbaar voor het hele veld.
Aylin ziet voor de Museumvereniging een verbindende rol. De vereniging haalt signalen op, brengt kennispartners en musea bijeen en ontwikkelt hulpmiddelen die voor uiteenlopende instellingen bruikbaar zijn. De totstandkoming van de wegwijzer binnen de Taskforce Veilig Erfgoed is daarvan een voorbeeld. Die samenwerking is extra belangrijk omdat grote en kleine musea weliswaar over verschillende capaciteiten beschikken, maar vaak voor vergelijkbare kernvragen staan. Wie is verantwoordelijk? Welke systemen zijn cruciaal? Welke collectieonderdelen zijn het kwetsbaarst? Wat communiceer je naar bezoekers? En wie kan helpen wanneer de eigen mensen of middelen tekortschieten?
Erfgoed hoort bij het veiligheidsdenken van Nederland
Toch kan de museumsector deze verantwoordelijkheid niet alleen dragen. Daarover is Mike kritisch. Erfgoedprofessionals zetten zich met grote deskundigheid en betrokkenheid in, maar volgens hem ontbreekt het nog te vaak aan structurele middelen, menskracht en een duidelijke plaats voor erfgoed binnen het bredere Nederlandse veiligheidsdenken. “Er wordt gezegd dat we het met zijn allen moeten doen,” zegt hij. “Maar als het erop aankomt, zijn er vaak weinig extra middelen. Erfgoed is een belangrijk onderdeel van onze samenleving. Dat moet ook als zodanig worden erkend.” Aylin plaatst die oproep in een bredere context. Culturele plekken en erfgoed worden tijdens conflicten niet eens primair aangevallen vanwege de financiële waarde van objecten. Door erfgoed te beschadigen worden ook identiteit, herinnering en samenhang geraakt. “Het gaat om de vraag wat een samenleving bij elkaar houdt,” zegt ze. “Wanneer mensen zich kunnen herkennen in gedeelde verhalen en tradities kan dat juist in moeilijke tijden een verbindende kracht zijn.” Veiligheidsdenken gaat daarom over meer dan stenen, systemen of tanks. Het gaat ook over een samenleving die mentaal weerbaar is. Musea spelen daarin volgens Aylin een sleutelrol: als plekken waar mensen elkaar ontmoeten, nieuwe perspectieven ontdekken en met elkaar in gesprek gaan over onze geschiedenis, waarden en identiteit. Dat maakt dat musea en maatschappelijke weerbaarheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en dat musea thuishoren in de nationale veiligheidsstrategie. Volgens Aylin en Mike moet erfgoedbescherming dus niet als een los cultureel dossier worden behandeld. Zij raakt namelijk aan crisisbeheersing, cyberveiligheid, maatschappelijke weerbaarheid en samenwerking met overheden, hulpdiensten en andere publieke organisaties. Bewustzijn alleen is inmiddels niet meer genoeg, vindt Mike. De volgende stap is een praktische uitwerking: wie beslist wat, welke bevoegdheden bestaan er tijdens een crisis en hoe oefenen betrokken partijen samen?
Van een ik- naar een wij-mentaliteit
Ondanks alle risico’s eindigt het gesprek hoopvol. Mike vindt vertrouwen vooral in de professionals die dagelijks voor musea en collecties zorgen. “De passie en de kunde van de mensen in deze sector dragen het,” zegt hij. “Ook als middelen en capaciteit beperkt zijn, vinden mensen een weg om het te proberen en samen de weerbaarheid te vergroten.” Aylin ziet daarnaast een groeiende behoefte aan verbondenheid. In een samenleving die volgens haar individualistischer en meer gepolariseerd raakt kunnen kunst en cultuur laten zien dat mensen onderdeel zijn van een groter geheel. “Ik voel een behoefte om van een ik- naar een wij-mentaliteit te gaan,” zegt ze. “Musea bewaren niet alleen iets voor vandaag. We beschermen het ook voor de generaties die na ons komen.”
Daarmee keren Mike en Aylin terug naar waar hun gesprek begon. Een weerbaar museum beschermt schilderijen, gebouwen, digitale systemen en bezoekers. Maar het beschermt ook de verhalen waarmee mensen zich tot hun geschiedenis en tot elkaar kunnen verhouden. Misschien is dat de belangrijkste opdracht voor de komende honderd jaar Museumvereniging: niet alleen musea weerbaarder maken, maar laten zien dat musea zelf deel uitmaken van de maatschappelijke infrastructuur. Wie erfgoed beschermt, bewaart niet alleen wat achter ons ligt. Die beschermt ook iets wat Nederland nodig heeft om gezamenlijk verder te kunnen.
Interview: Udo Feitsma
Redactie: Udo Feitsma en Natasha Wiesemann
Foto’s: Mark Rammers
De foto’s zijn genomen in Galerij Prins Willem V in Den Haag.