Cultureel ondernemerschap kan nooit in de plaats komen van collectieve verantwoordelijkheid. Wie een collectie beheert, beheert iets van ons allemaal.
Erik van Ginkel

In 2026 bestaat de Museumvereniging honderd jaar. In aanloop daarnaartoe spreken we met museumprofessionals over actuele thema’s in de sector. Dit keer: Erik van Ginkel, zakelijk directeur van het Rijksmuseum en Karsten Swaak, adviseur public affairs bij de Museumvereniging. Vanuit hun verschillende posities houden zij zich bezig met belangenbehartiging, financiering en de vraag hoe musea maatschappelijk relevant en weerbaar blijven.

Een sector die steeds opnieuw verandert

Erik van Ginkel kent de museumwereld van binnen en van buiten. Na functies bij onder meer de Mondriaan Stichting, het Prins Bernhard Cultuurfonds en Museum Boijmans Van Beuningen is hij sinds vijftien jaar zakelijk directeur van het Rijksmuseum. Ook was hij jarenlang nauw betrokken bij de Museumvereniging, onder meer als vicevoorzitter van het bestuur. Hij heeft de sector in al die jaren voortdurend zien veranderen. “Volgens mij is deze sector altijd aan het veranderen,” zegt hij. “Je ziet grote verschuivingen in de verzelfstandiging van musea, in financiering en in de relatie met overheid en collectie-eigenaren. Maar misschien nog wel het meest in hoe musea hun maatschappelijke rol definiëren.”

Waar musea vroeger sterker werden gezien als plekken van bewaring en autoriteit, zijn ze volgens Erik steeds meer plekken geworden waar verhalen gedeeld, bevraagd en aangevuld worden. Dat geldt voor musea die zich nadrukkelijker in hun lokale omgeving wortelen, maar ook voor grotere, meer klassieke instellingen zoals het Rijksmuseum. “De vanzelfsprekendheid van het museum als afzender is veranderd,” zegt hij. “Je kunt niet meer denken: wij vertellen het verhaal en daarmee is het klaar. Het gaat erom dat mensen zich tot die verhalen kunnen verhouden. Dat je niet alleen vertelt wat er in de collectie zit, maar ook onderzoekt welke verhalen ontbreken.”

Voor Karsten, die bijna drie jaar bij de Museumvereniging werkt en zich vooral richt op belangenbehartiging richting politiek en beleidsmakers, is die veranderende rol van musea direct verbonden met de vraag hoe de sector zich organiseert. “Musea geven de sleutel van hun deuren steeds vaker mee aan andere mensen, zodat ook zij verhalen kunnen vertellen,” zegt hij. “Tegelijkertijd verandert daardoor ook wat het publiek van musea verlangt. Bezoekers willen zich kunnen herkennen, maar ook hun eigen verhaal kunnen verbinden aan wat er in het museum gebeurt.”

De weerbaarheid van musea

Als Karsten één actueel dossier moet noemen dat bovenaan de agenda staat, is het de financiële ruggengraat van de museumsector. Veel musea zijn afhankelijk van gemeentelijke of provinciale subsidies en daarmee ook van politieke keuzes die per collegeperiode kunnen veranderen. Juist daarom pleit de Museumvereniging voor meerjarige zekerheid, volledige indexering en een steviger wettelijke basis voor cultuur. “Bij veel musea is die financiële ruggengraat niet heel stabiel,” zegt Karsten. “Zeker niet bij musea waarvoor gemeenten of provincies de belangrijkste financiers zijn. Dan ben je kwetsbaar voor politieke verschuivingen. Daarom hebben we het zo vaak over wettelijke verankering, indexering en waardering voor cultuur binnen lokale en landelijke politiek.” Daarmee raakt financiering direct aan een breder begrip: weerbaarheid. Musea moeten collecties beschermen, publiek ontvangen en maatschappelijk relevant blijven, ook in tijden van politieke, digitale, fysieke of klimatologische druk.

Erik herkent dat. Hij noemt weerbaarheid een belangrijk, maar ook groot en soms abstract begrip. “We zijn als sector heel goed in containerbegrippen,” zegt hij. “Maar uiteindelijk gaat het erom: hoe geef je daar concreet invulling aan? Wat betekent weerbaarheid voor je collectie, je gebouw, je mensen, je publiek?” Voor collecties is die vraag urgent. In een tijd van geopolitieke dreiging, cyberrisico’s en klimaatverandering moeten musea opnieuw nadenken over bescherming, opslag en crisisvoorbereiding. Niet elk museum heeft de middelen van een grote instelling. Juist daarom is gezamenlijke kennisdeling noodzakelijk.

Een veerkrachtig museum heeft lucht nodig

Wat maakt een museum veerkrachtig? Voor Erik begint het bij langjarige zekerheid. Hij wijst op de Erfgoedwet en het huisvestingsdossier, waar de afgelopen jaren belangrijke stappen zijn gezet voor rijksgesubsidieerde musea. Daardoor zijn sommige instellingen minder afhankelijk geworden van korte subsidiecycli. “Voor het Rijksmuseum is het ongelooflijk belangrijk geweest dat we hebben kunnen inzetten op de Erfgoedwet, inclusief de financiering van huisvesting,” zegt hij. “Daardoor ontstaat een vorm van meerjarige bekostiging voor een deel van je taken. Dat geeft ruimte om vooruit te kijken.”

Maar die systematiek geldt lang niet voor alle musea. Zeker gemeentelijke musea staan onder druk. Gemeenten zouden vaak wel willen meebewegen, maar beschikken niet altijd over de middelen. Tegelijkertijd wordt steeds vaker naar musea zelf gekeken: wat kunnen zij verdienen, ophalen, organiseren? Dat is volgens Erik een belangrijke vraag. Het Rijksmuseum kan, mede dankzij de locatie, schaal en internationale aantrekkingskracht, relatief veel eigen inkomsten genereren. Maar dat model is niet zomaar te kopiëren naar een middelgroot museum of een gespecialiseerd museum. “Ik vind het begrip culturele ondernemer best lastig,” zegt hij. “Natuurlijk moet een museum zelf ook iets doen. Maar cultureel ondernemerschap kan nooit in de plaats komen van collectieve verantwoordelijkheid. Je werkt met collecties en gebouwen die een publiek belang vertegenwoordigen. Daar hoort ook publieke financiering bij.”

De Museumkaart als solidariteitskaart

Een van de sterkste gezamenlijke instrumenten van de sector is de Museumkaart. Voor Erik is het bijzonder dat een branchevereniging niet alleen belangen behartigt, maar via de kaart ook substantieel bijdraagt aan de inkomsten van musea. “Het is jaloersmakend,” zegt hij. “Welke andere sector heeft zoiets? De Museumkaart is een bezoekerskaart, maar door de systematiek is het ook een vorm van solidariteit. Je houdt het met elkaar overeind.”

Karsten merkt dat de kaart ook in Den Haag gewicht heeft. Het aantal kaarthouders, inmiddels richting 1,6 miljoen, laat zien dat musea een breed publiek bereiken en dat er een stevig maatschappelijk draagvlak is. “Als je kunt zeggen dat ongeveer tien procent van de Nederlandse bevolking een Museumkaart heeft, dan word je serieus genomen,” zegt hij. “Dat draagt gewicht met zich mee. Het laat zien dat musea geen niche zijn, maar een sector met een grote achterban.” Voor de belangenbehartiging is dat van grote waarde. De kaart is niet alleen een praktisch instrument voor bezoek en spreiding, maar ook een zichtbaar bewijs dat musea diep in de samenleving verankerd zijn.

/ 2
Karsten Swaak
Karsten Swaak
Erik van Ginkel
Erik van Ginkel

Wanneer lobby werkt

Belangenbehartiging is vaak onzichtbaar werk: gesprekken voeren, Kamerleden informeren, debatten voorbereiden. Maar soms wordt zichtbaar dat een gezamenlijke inzet effect heeft. Karsten noemt de lobby tegen de voorgenomen btw-verhoging als tastbaar voorbeeld. “Dat was misschien wel een van de breedste lobby’s die de culturele sector ooit heeft gevoerd, samen met onder meer de boeken-, kranten- en sportsector,” zegt hij. “Als zo’n maatregel van tafel gaat, weet je: dit heeft gewerkt.” Hij herinnert zich ook de actie tijdens Prinsjesdag, met een groot spandoek in de vorm van een kassabon langs de route. Toen het beeld in de live-uitzending van de NOS verscheen, voelde dat als zo’n zeldzaam moment waarop het onzichtbare werk ineens zichtbaar werd. “Ik zit heel veel achter mijn computer,” zegt hij. “Maar op zo’n dag maak je fysiek mee waarvoor je het doet.”

Toch gaat lobby niet alleen over één maatregel of één succes. Het gaat ook om taal. Om een boodschap die blijft hangen. De Museumvereniging gebruikt de afgelopen jaren nadrukkelijk de lijn: investeren in musea is investeren in Nederland. Volgens Karsten werkt zo’n formulering wanneer die niet alleen door de vereniging wordt gebruikt, maar ook terugkomt bij fondsen, banken, beleidsmakers en zelfs bezoekers. Erik ziet hetzelfde bij pogingen om de maatschappelijke impact van musea beter onderbouwd te laten zien. Musea dragen bij aan sociale samenhang, educatie, historisch besef, schoonheid en het vermogen om kritisch te kijken.

Musea en politiek: blijven investeren in relaties

De relatie tussen musea en politiek is de afgelopen decennia veranderd, met zijn tijd meegegaan, maar in de kern draait die volgens Erik nog altijd om persoonlijke contacten. “Het gaat altijd over investeren in relaties,” zegt hij. “Net als met familie of vrienden: je kunt niet verwachten dat iemand morgen zegt hoe geweldig je bent als je nooit met elkaar spreekt.” Het politieke landschap is beweeglijker geworden, met wisselende meerderheden en soms scherpere opvattingen over cultuur. Dat vraagt van musea dat ze in gesprek blijven, ook met partijen of politici die minder vanzelfsprekend dichtbij staan. “Je kunt moeilijk roepen dat je een museum van iedereen bent en vervolgens denken: met tachtig procent van de mensen heb ik geen zin om te praten,” zegt Erik. “Je moet je ertoe verhouden. Ook als het schuurt, juist als het schuurt.”

Karsten ziet vooral ook de kracht van werkbezoeken. Een Kamerlid overtuig je niet alleen met een notitie, maar door iemand in een museum rond te leiden, in gesprek te brengen met medewerkers, conservatoren, educatoren en bezoekers. Dan wordt zichtbaar wat de sector betekent. “Wij kunnen in Den Haag uitleggen wat sociale en economische impact is,” zegt hij. “Maar het werkt vaak beter als iemand het zelf ziet. Als je door een museum loopt, ervaar je wat er gebeurt. Dan wordt het tastbaar.”

De verantwoordelijkheid van een groot museum

Het Rijksmuseum heeft als grote instelling een bijzondere positie in het Nederlandse museumveld. Niet alleen door de collectie, bezoekersaantallen en internationale samenwerking, maar ook door kennis, faciliteiten en invloed. Erik ziet die rol nadrukkelijk als een verantwoordelijkheid. “Er is een hele infrastructuur om ons heen: van jonge makers en kleinere instellingen tot regionale musea en gespecialiseerde kenniscentra. Zonder die keten kunnen wij niet bestaan.” Die verantwoordelijkheid krijgt vorm in samenwerking. In kennis delen, bruiklenen en onderzoek. “Het fijne is als je de mogelijkheid hebt om genereus te zijn,” zegt Erik. “Niet vanuit het idee: wij geven het antwoord. Maar vanuit de vraag: hoe kunnen we samen bedenken wat nodig is?”

Ook op het gebied van weerbaarheid speelt die kennisdeling een rol. Grote musea kunnen expertise beschikbaar maken, bijeenkomsten organiseren en kleinere collega’s helpen met praktische vragen. Daarmee wordt de sector als geheel sterker.

Het museum als plek waar het mag schuren

Als ze vooruitkijken naar 2035, komen Erik en Karsten allebei uit bij dezelfde kern: musea moeten plekken blijven waar mensen samenkomen rond verhalen, objecten en vragen die ertoe doen. Voor Erik ligt de relevantie van musea in het vermogen om mensen te leren kijken. Niet alleen naar kunst of geschiedenis, maar ook naar de wereld. “Ik ben ervan overtuigd dat als je mensen leert kijken, je ze ook helpt onderscheid te maken,” zegt hij. “Wat vind je mooi? Hoe verhoud je je tot de geschiedenis, verschillende culturen en tot elkaar? Dat klinkt misschien klassiek, maar ik geloof echt dat musea daarin een maatschappelijke taak hebben.” Juist in een tijd waarin publieke plekken voor ontmoeting onder druk staan, wordt het fysieke museum volgens hem belangrijker. Een museum is een plek waar mensen samen naar hetzelfde object kunnen kijken en toch verschillende dingen kunnen denken. Die gedeelde ervaring is waardevol. “Je kunt met iemand naast je naar hetzelfde kijken en allebei iets anders ervaren,” zegt hij. “Maar je kijkt wel samen. Dat maakt het museum tot een plek van samenkomst.”

Karsten sluit daarbij aan. Voor hem ligt de kracht van musea in hun vermogen om complexe maatschappelijke thema’s niet plat te slaan, maar zichtbaar en bespreekbaar te maken. In beleid wordt vaak gezegd dat een probleem complex is en geen eenvoudige oplossing kent. Musea kunnen juist laten zien wat die complexiteit betekent. “Wat ik bijzonder vind aan musea, is dat ze moeilijke thema’s bespreekbaar kunnen maken zonder dat er meteen één oplossing hoeft te zijn,” zegt hij. “Mensen komen samen rond onderwerpen die thuis aan tafel misschien niet eens ter sprake komen. In dat schuren zit veel waarde.”

Daar ligt ook een opdracht voor de toekomst. Musea moeten blijven luisteren naar hun publiek, hun deuren openhouden en tegelijk niet bang zijn voor ongemak. “Als het niet meer schuurt,” zegt Karsten, “dan verlies je ook iets van je relevantie.” Erik wijst daarbij opnieuw op de collectie als vertrekpunt. Musea moeten geen orakels worden die overal iets van vinden. Hun kracht ligt juist in de objecten, verhalen en collecties die ze beheren. “Je moet het altijd doen vanuit je collectie,” zegt hij. “Daar zitten de aanknopingspunten. En als je een verhaal wilt vertellen waarvoor je nog niet genoeg hebt, dan moet je op zoek naar de objecten en perspectieven die ontbreken.”

Investeren in wat ons samenhoudt

Wat Erik van Ginkel en Karsten Swaak verbindt, is hun overtuiging dat musea meer zijn dan plekken waar objecten worden bewaard of tentoonstellingen gemaakt. Ze zijn plekken waar kennis, verbeelding, ontmoeting en debat samenkomen. Maar om die rol te kunnen blijven vervullen hebben musea stevige fundamenten nodig: financiële zekerheid, politieke aandacht, gedeelde verantwoordelijkheid en een sector die met één stem spreekt wanneer dat nodig is.

Misschien ligt daarin de opdracht voor de komende honderd jaar Museumvereniging: blijven laten zien dat investeren in musea niet alleen investeren is in gebouwen of collecties, maar in de samenleving zelf, in plekken waar mensen leren kijken, verschillen verdragen en verhalen ontdekken die groter zijn dan henzelf.

Interview: Udo Feitsma
Redactie: Udo Feitsma en Natasha Wiesemann
Foto’s: Mark Rammers

De foto’s zijn genomen in de tentoonstelling Carel Visser in de Rijksmuseumtuinen.