Zichtbaarheid is waardevol, maar het moet ook aanzetten tot verdere stappen. Hoe zorg je dat inclusie niet bij symboliek blijft, maar doorwerkt in beleid en praktijk?
Maaike Rikhof

In 2026 bestaat de Museumvereniging precies honderd jaar. Wat begon als overleg tussen enkele museumdirecteuren en hoogleraren is uitgegroeid tot een landelijke vereniging die vandaag de dag meer dan 500 musea vertegenwoordigt. Al honderd jaar zijn musea via deze vereniging met elkaar verbonden en nauw verweven met de samenleving. In het kader daarvan publiceren wij een serie duo-interviews met museumprofessionals waarin we dieper ingaan op actuele thema’s in de sector. In dit interview spreken we met Maaike en Sander, die zich zowel op persoonlijk als professioneel vlak bezighouden met LHBTQIA+-gerelateerde onderwerpen en zich actief inzetten voor queer zichtbaarheid en emancipatie in de museumwereld.

Maaike Rikhof is conservator moderne kunst bij het Frans Hals Museum, gespecialiseerd in kunst van rond 1900 vanuit een queer- en genderperspectief en mede samensteller van de tentoonstelling en publicatie The Art of Drag (2024). Sander Aalbertsen is teamleider publieksservice bij Rijksmuseum Twenthe en De Museumfabriek, oprichter van Night of Pride in Enschede en bekend als zijn alter ego Roxy Diamond. Twee verschillende personen met verschillende rollen en achtergronden, maar met een gedeelde overtuiging: musea zijn geen neutrale plekken; de keuzes die je maakt zijn altijd betekenisgevend.

Een historische radar en een verloren weddenschap 

De betrokkenheid van Maaike Rikhof begint bij de kunst zelf. Tijdens haar studie ontwikkelt ze een sterke interesse in sociaal geëngageerde perspectieven op kunst rond 1900. Maar het kantelpunt komt wanneer ze geconfronteerd wordt met verhalen die buiten de traditionele kunstgeschiedenis vallen. “Ik stuitte op onderbelichte levensverhalen van vrouwen en kunstenaars die niet binnen de cisheteronorm pasten,” vertelt ze. “Dat gaf me een soort historische sensatie: het besef dat deze verhalen er altijd al zijn geweest.” Sindsdien werkt Maaike bewust aan het doorontwikkelen van wat ze zelf een ‘historische queer radar’ noemt: het zichtbaar maken van gelaagdheden in museumcollecties en in de kunstgeschiedenis.

Voor Sander Aalbertsen begint het juist buiten het museum, met een verloren weddenschap. “Ik had helemaal niet de ambitie om drag te doen,” zegt hij lachend. “Maar toen ik eenmaal op het podium stond, merkte ik hoeveel creativiteit erin zit.” Zijn alter ego Roxy Diamond groeit uit tot een belangrijk onderdeel van zijn leven. Niet als rol, benadrukt hij, maar als een verlengstuk van zichzelf. “Ik speel geen personage. Ik ben nog steeds mezelf, maar het voelt alsof je vrijer kunt spreken en andere onderwerpen kunt aansnijden.”

Die persoonlijke betrokkenheid werkt door in hun professionele praktijk. Maaike onderzoekt hoe queer perspectieven zichtbaar gemaakt kunnen worden in historische collecties. Sander richt zich juist op de ervaring van bezoekers en hoe toegankelijk het museum daadwerkelijk is.

Over de tentoonstelling The Art of Drag (2024), die Maaike samen met haar collega, conservator hedendaagse kunst Manique Hendricks, heeft samengesteld en waarmee zowel historische als hedendaagse verbeeldingen van drag expliciet een plek kregen in het museum, zegt ze: “We hadden ons voorbereid op weerstand, zowel extern als intern. We hebben vooraf bijvoorbeeld trainingen rond genderdiversiteit georganiseerd voor medewerkers, juist om goed beslagen ten ijs te komen.” Ze lacht. “Maar de reacties bleken overwegend positief, zowel van binnen als van buiten de organisatie – ook vanuit bezoekers voor wie het onderwerp minder vanzelfsprekend is. Juist dat verraste ons: dat een publiek dat je misschien niet meteen associeert met drag of met queer thema’s er toch voor openstond.”

Vanuit zijn werk in de publieksservice kijkt Sander vooral naar wat bezoekers daadwerkelijk ervaren in het museum, bijvoorbeeld tijdens initiatieven als de Regenboogdagen in Enschede, waarbij het museum letterlijk werd ‘overgenomen’ met dragoptredens, workshops en gesprekken. “Representatie is pas geslaagd als bezoekers zichzelf terugzien,” zegt hij. “Niet alleen in wat er hangt, maar in de hele museumervaring.” Voor hem zit dat net zo goed in wie er aan de balie staat, hoe bezoekers worden aangesproken en welke ruimte er is voor ontmoeting en vragen. “Juist die eerste laag bepaalt of iemand zich welkom voelt.”

Van incidenteel naar structureel

Toch ligt daar meteen ook een van de grootste uitdagingen voor de sector. Inclusie is nog te vaak gekoppeld aan specifieke momenten, zoals een tentoonstelling of een Pride-evenement, terwijl het volgens beiden structureel verankerd moet zijn. “Het kan niet afhankelijk zijn van individuele medewerkers,” stelt Maaike. “Je moet dit borgen in beleid, in kennis en in middelen, zoals het vastleggen van onderzoekslijnen, het verankeren van queer perspectieven in een vaste collectiepresentatie, het realiseren van genderinclusieve toiletten, het aanbieden van transitieverlof aan werknemers en het herzien van categorisaties binnen je collectieregistratiesysteem.”

Volgens haar vraagt dat ook om een andere manier van kijken naar kennis zelf. “Geleefde ervaring moet net zo serieus genomen worden als traditionele kunsthistorische kennis. Anders blijf je bepaalde verhalen missen.” Sander sluit zich daarbij aan en benadrukt dat inclusie zichtbaar moet zijn in alle lagen van het museum. “Van de mensen die je bij de entree ontmoet tot de programmering en de samenwerkingen met communities.”

Een veranderend klimaat

Beiden zien dat de aandacht voor inclusie groeit in de museumsector. Tegelijkertijd speelt er een bredere maatschappelijke ontwikkeling die minder eenduidig is. Maaike wijst op een opvallende paradox. “Meer mensen identificeren zich als LHBTQIA+, maar tegelijkertijd neemt de acceptatie op sommige plekken af, ook onder jongeren.” Musea hebben volgens haar juist daarom een belangrijke rol. “Ze zijn instrumenteel in beeldvorming. De verhalen die je toont, doen ertoe: door te laten zien dat bijvoorbeeld trans-, genderdiverse en intersekse mensen er vroeger ook al waren en in de kunst gevierd werden, kun je bijdragen aan de ‘historische legitimiteit’ van die groepen in het nu.”

Sander benoemt een andere uitdaging: het bereiken van mensen die überhaupt niet naar het museum komen. “Je bereikt vaak mensen die al openstaan voor dit soort thema’s. Maar hoe bereik je de groepen daarbuiten? Dat vind ik misschien wel de grootste vraag.” Een eenduidig antwoord heeft hij niet. Wel ziet hij dat samenwerking met lokale gemeenschappen en het organiseren van laagdrempelige publieksactiviteiten kan helpen om nieuwe bezoekers binnen te krijgen. Maaike voegt daaraan toe dat juist jongeren en educatie daarin een sleutelrol spelen. “Al is het maar via een paar museumbezoeken per jaar met school,” zegt ze, “dan kun je andere perspectieven laten zien.”

/ 2
Duo-interview 100 jaar Museumvereniging: Maaike en Sander
Duo-interview 100 jaar Museumvereniging: Maaike en Sander

Zichtbaarheid en verantwoordelijkheid

Tijdens WorldPride Amsterdam 2026 neemt de sector voor het eerst gezamenlijk deel aan de activiteiten: aan de Pride Walk en tijdens de Canal Parade met een museumboot: We Are All Works of Art. Zichtbaarheid van de sector zelf zien beiden als een belangrijk signaal. “Als sector moet je laten zien waar je voor staat,” zegt Sander. “Het voelt eigenlijk als vanzelfsprekend dat je daarin zichtbaar bent.”

Maaike ziet die zichtbaarheid vooral als beginpunt. “Het is waardevol, maar het moet ook aanzetten tot verdere stappen. Hoe zorg je dat inclusie niet bij symboliek blijft, maar doorwerkt in beleid en praktijk?” Het idee dat musea ‘neutraal’ zouden moeten zijn, wijzen zij beiden resoluut van de hand. “Neutraliteit bestaat niet,” zegt Maaike. “De keuzes die je maakt zijn altijd betekenisgevend.” Sander vult aan: “Door niets te doen, maak je óók een keuze.”

Geschiedenissen die dreigen te verdwijnen

Dat het vertellen van verhalen ook een kwestie van urgentie is, blijkt uit de voorbeelden die ze aandragen. Sander wijst op de aidscrisis en de kunst die daaruit voortkwam. “Bij jongere generaties verdwijnt die kennis. Terwijl die geschiedenis essentieel is voor het begrijpen van waar de queer community vandaan komt.” Maaike pleit voor meer aandacht voor stemmen die nog steeds ondervertegenwoordigd zijn. “Kunstenaars die trans- en intersekse ervaringen zichtbaar maken, verdienen meer ruimte. Juist omdat de rechten van deze mensen steeds meer onder druk komen te staan.”

Een opdracht voor de toekomst

Als het aan hen ligt, ziet de museumsector er over tien jaar anders uit. “Dat queer perspectieven, in al hun gelaagdheid, geen apart ’thema’ meer zijn,” zegt Maaike, “maar vanzelfsprekend onderdeel van hoe we naar kunst en geschiedenis kijken.” Sander knikt. “En dat iedereen zich welkom voelt. Niet als uitzondering, maar als norm.”

In een sector die al honderd jaar in ontwikkeling is, onderstreept hun gesprek hoe urgent verdere verandering nog altijd is. Misschien is dat wel de grootste opdracht voor de komende eeuw: blijven bevragen, blijven openen en actief ruimte maken voor verhalen waarin meer mensen zichzelf kunnen herkennen.

Noot van de redactie: per 1 september 2026 is Maaike werkzaam als Research Associate Queerness bij het Rijksmuseum in Amsterdam.

Interview: Udo Feitsma
Redactie: Udo Feitsma en Natasha Wiesemann
Foto’s: Mark Rammers

De foto’s zijn gemaakt in de tentoonstelling Many Loving Arms van Bas Kosters in Rijksmuseum Twenthe in Enschede.