Op donderdag 25 juni 2026 kwamen museumprofessionals uit het hele land samen in Museum van de Geest in Haarlem om kennis te delen over sociale veiligheid en inclusieve omgangsvormen in de museumsector: van beleid naar praktijk. Ondanks de zomerse temperaturen was de betrokkenheid groot en kijken we terug op een inspirerende middag. 

De bijeenkomst bood ruimte voor verdieping, reflectie op uitdagingen en uitwisseling van ervaringen uit de praktijk. Ook lanceerden we de handreiking sociale veiligheid. Deze handreiking is bedoeld voor alle musea en biedt bestuurders, leidinggevenden en medewerkers praktische handvatten om sociale veiligheid structureel te verankeren binnen de organisatie. Hoewel steeds meer organisaties beschikken over gedragscodes, meldprocedures en trainingen, blijkt het in de praktijk vaak lastig om deze instrumenten echt te laten doorwerken in de organisatiecultuur.

De middag begon met een opening door dagvoorzitter Naomi Antonius. Zij ging onder meer in gesprek met Vera Carasso van de Museumvereniging over de nieuwe handreiking en met Marije Kool en Carine Neefjes van Museum van de Geest over hun ervaringen binnen het museum. Daarna verzorgde professor en hoogleraar sociale wetenschappen Naomi Ellemers de keynote over sociale veiligheid op de werkvloer en de relatie tussen beleid, organisatiecultuur en gedrag.

/ 4
Terugblik: Kennismiddag sociale veiligheid en inclusieve omgangsvormen
Naomi Antonius
Terugblik: Kennismiddag sociale veiligheid en inclusieve omgangsvormen
Vera Carasso, Museumvereniging (directeur)
Terugblik: Kennismiddag sociale veiligheid en inclusieve omgangsvormen
Marije Kool, Museum van de Geest (directeur)
Terugblik: Kennismiddag sociale veiligheid en inclusieve omgangsvormen
Carine Neefjes, Museum van de Geest (Manager Communicatie- en Vrijwilligers zaken)

Van vertrekpunt naar gewenste omgangsvormen 

In de presentatie van Ellemers werd duidelijk dat organisaties eerst goed moeten weten waar ze staan. Om stappen te kunnen zetten, is inzicht nodig in het eigen vertrekpunt: wat gaat al goed, waar zitten de blinde vlekken en welke patronen keren steeds terug?

Ze benadrukte het belang van het tijdig herkennen en bespreekbaar maken van gedrag. Daarbij noemde ze verschillende valkuilen die verandering in de weg kunnen staan. Wanneer de cijfers positief zijn of er weinig meldingen binnenkomen, kan al snel de indruk ontstaan dat het goed gaat. Tegelijkertijd kunnen onderliggende problemen daardoor onzichtbaar blijven. Ook kunnen bepaalde omgangsvormen worden genormaliseerd met opmerkingen als: ‘Zo gaat dat hier nu eenmaal.’ Positieve cijfers zijn daarom geen reden om achterover te leunen, maar juist een aanleiding om kritisch te blijven kijken naar wat er beter kan.

Het maken van fouten hoort bij leren, benadrukte Ellemers. Wanneer mensen de ruimte krijgen om te reflecteren op hun handelen en hun gedrag aan te passen, ontstaat ruimte voor ontwikkeling en cultuurverandering. Een concrete aanbeveling is om niet alleen ongewenst gedrag te benoemen, maar juist ook expliciet te maken welk gedrag wél gewenst is. Stel de vraag: ‘Hoe willen we met elkaar omgaan?’ en formuleer op basis daarvan gezamenlijk positieve omgangsvormen. 

/ 4
Terugblik: Kennismiddag sociale veiligheid en inclusieve omgangsvormen
Naomi Ellemers
Terugblik: Kennismiddag sociale veiligheid en inclusieve omgangsvormen
Mette Raaphorst, Mores (co-directeur)
Terugblik: Kennismiddag sociale veiligheid en inclusieve omgangsvormen
Arnold Palil, Museum de Fundatie (HR)
Terugblik: Kennismiddag sociale veiligheid en inclusieve omgangsvormen
Emma Harjadi Herman, Stedelijk Museum Amsteram (manager Educatie)

Panelgesprek: van beleid naar praktijk

Tijdens het panelgesprek gingen Mette Raaphorst (co-directeur, Mores), Arnold Palil (HR, Museum de Fundatie) en Emma Harjadi Herman (manager Educatie, Stedelijk Museum Amsterdam) onder leiding van Naomi Antonius met elkaar in gesprek over de uitdagingen en kansen rondom het thema.

Centraal stond de stap van beleid rondom sociale veiligheid, inclusie en omgangsvormen naar de dagelijkse praktijk. Hoe zorg je ervoor dat afspraken niet alleen op papier blijven staan, maar ook voelbaar worden op de werkvloer? De panelleden benadrukten dat beleid pas werkt wanneer iedereen zich erin herkent. Een gedragscode moet daarom helder, toegankelijk en toepasbaar zijn, ook voor stagiairs, nieuwe medewerkers en mensen die aan het begin van hun loopbaan staan. Duidelijke verwachtingen over respectvol gedrag én zichtbaar voorbeeldgedrag van leidinggevenden zijn daarbij onmisbaar.

Ook de dynamiek binnen organisaties kwam aan bod. Medewerkers op kantoor en collega’s op de vloer beleven het werk soms vanuit heel verschillende perspectieven. Juist door elkaar vaker te ontmoeten, ervaringen uit te wisselen en nieuwsgierig te blijven naar elkaars praktijk, kunnen aannames worden doorbroken. Beleidsdocumenten en procedures vormen een belangrijke basis, maar sociale veiligheid ontstaat juist ook in de alledaagse ontmoetingen, bijvoorbeeld tijdens een lunch of bij de koffieautomaat. Zulke momenten helpen om elkaar beter te leren kennen, signalen eerder op te vangen en het gesprek over sociale veiligheid laagdrempelig te houden.

Daarbij bestaan uiteraard verschillen tussen musea. Kleine organisaties kunnen informele ontmoetingen vaak makkelijker organiseren, terwijl grotere organisaties juist vaker beschikken over capaciteit en budget om bijvoorbeeld een medewerker aan te stellen die beleid ontwikkelt dat past bij de organisatie.

Verder werd tijdens het panelgesprek de relatie tussen inclusie en sociale veiligheid verkend. Deze thema’s raken elkaar voortdurend: een diverse organisatie kan pas goed functioneren wanneer mensen zich veilig voelen om zichzelf te zijn, zich uit te spreken en mee te doen. Tegelijkertijd vragen inclusie en sociale veiligheid ieder om gerichte aandacht. De Code Diversiteit & Inclusie biedt daarbij een praktisch kader, terwijl sociale veiligheid ook vraagt om kennis van wet- en regelgeving, aandacht voor ongewenste omgangsvormen en vooral: het tijdig bespreekbaar maken van gedrag voordat situaties escaleren.

Het gesprek eindigde met de vraag hoe je sociale veiligheid structureel kunt verankeren in je organisatie. Dat vraagt om meer dan eenmalige aandacht of een paar losse initiatieven. Je kunt het onderwerp bijvoorbeeld opnemen in de reguliere planning of in de RI&E (risico-inventarisatie en -evaluatie), zodat het continu onder de aandacht blijft.

Deelsessies 

/ 4
Terugblik: Kennismiddag sociale veiligheid en inclusieve omgangsvormen
Gelijkspel workshop: Positieve interacties versterken
Terugblik: Kennismiddag sociale veiligheid en inclusieve omgangsvormen
Seema Ouweneel, Omstanderstraining
Terugblik: Kennismiddag sociale veiligheid en inclusieve omgangsvormen
Halima el Ghamarti, workshop Microagressies herkennen en bespreekbaar maken
Terugblik: Kennismiddag sociale veiligheid en inclusieve omgangsvormen
Claire en Kir van Studio Stoofpot, workshop Access Rider

Na de plenaire sessie volgden verschillende interactieve deelsessies. De vier workshops boden deelnemers praktische inzichten en concrete handvatten om sociale veiligheid en inclusie verder te versterken binnen hun eigen museumpraktijk. Hieronder een kort overzicht.

In de workshop Positieve interacties versterken van Gelijkspel gingen deelnemers met elkaar in gesprek over wat prettig samenwerken betekent. Door ervaringen uit te wisselen en te reflecteren op de eigen rol werden concrete ideeën verzameld om gewenst gedrag binnen teams vaker te herkennen, te benoemen en te stimuleren.

Tijdens de omstandertraining van Social Safety, verzorgd door Seema van Ouweneel, werkten deelnemers aan het vergroten van hun bewustzijn van eigen vooroordelen. Daarnaast kregen zij concrete handvatten om ongewenst gedrag op de werkvloer te herkennen en er op een passende manier op te reageren.

In de workshop Microagressies herkennen en bespreekbaar maken, verzorgd door Halima el Ghamarti van Monde de Halima, kregen deelnemers inzicht in de impact van microagressies op sociale veiligheid en inclusie. Aan de hand van herkenbare voorbeelden oefenden zij met het stellen van open vragen, het benoemen van observaties zonder oordeel, het ondersteunen van collega’s en het aangeven van grenzen.

Tijdens de workshop Access Rider, verzorgd door Claire en Kir van Studio Stoofpot, stond het bespreekbaar maken van toegankelijkheidsbehoeften centraal. De workshop liet zien hoe open communicatie kan bijdragen aan zowel toegankelijkheid als sociale veiligheid. Aan de hand van een nieuwe gesprekstool oefenden deelnemers met praktijksituaties.

Tot slot

De bijeenkomst bood waardevolle inzichten voor musea die werk willen maken van sociale veiligheid en inclusiviteit. De gesprekken maakten duidelijk dat verandering begint bij eerlijk kijken naar de eigen praktijk, het bespreekbaar maken van patronen en het samen formuleren van omgangsvormen die bijdragen aan een veilige en inclusieve sector.

Meer informatie

Ga je met de handreiking sociale veiligheid in de museumsector aan de slag en wil je meer informatie? Dan kun je onder andere terecht op de website van Mores.

Heb je te maken (gehad) met grensoverschrijdend gedrag op je werkplek? En kun of wil je daarmee niet terecht bij iemand binnen de organisatie? Dan kun je contact opnemen met een van de onafhankelijke vertrouwenspersonen van Mores. Ook als je als bestuurder of leidinggevende wilt sparren over een situatie.

Heb je nog suggesties, ideeën of behoeften rondom sociale veiligheid in de museumsector? We horen ze graag. Mail naar sal-dhahir@museumvereniging.nl.

Foto’s: Jeremias Nussbaum