Interview met Jillis Slingerland

Toen we Jillis Slingerland twee jaar geleden spraken, vertelde hij al over zijn ambitie om cultuur een vanzelfsprekender onderdeel te maken van het mbo. Inmiddels groeit dat idee razendsnel door. De Culturele INTROWEEK MBO, waarbij studenten kennismaken met musea en andere culturele instellingen in hun stad, begon in 2024 met zo’n 2.000 deelnemers in Amsterdam. Een jaar later waren dat er al ruim 12.500. Dit jaar wordt het georganiseerd voor meer dan 20.000 studenten.

En daar moet het niet stoppen, vindt Jillis. “De stip op de horizon is dat iedere studentenstad in Nederland een Culturele INTROWEEK krijgt en dat iedereen het nieuwe collegejaar start in/met de cultuursector,” vertelt hij. “Dat cultuur vanaf het begin onderdeel wordt van hoe studenten hun (nieuwe) stad, school en elkaar leren kennen.” 

Als projectleider cultuureducatie mbo voor ROC van Amsterdam-Flevoland houdt Jillis zich dagelijks bezig met het toegankelijker maken van kunst en cultuur voor mbo-studenten. Een doelgroep die volgens hem nog te vaak over het hoofd wordt gezien. “Er zijn in Nederland ongeveer 500.000 mbo-studenten. Dat is bijna 40 procent van alle studenten. Toch krijgen veel jongeren op het vmbo en mbo minder culturele vorming mee dan hun leeftijdsgenoten op het havo of vwo.”

Juist daarom ziet hij de introductieweek niet als een los project, maar als een beginpunt. “Als studenten zich welkom voelen in een museum of theater, verdwijnt vaak meteen een drempel. Dan wordt cultuur iets waar je onderdeel van kunt zijn.”

Van Amsterdam naar de rest van Nederland 

De snelle groei van de Culturele INTROWEEK (die overigens voor alle studiejaren bedoeld is) laat volgens Jillis zien dat de behoefte groot is – zowel vanuit studenten als vanuit culturele instellingen. Tijdens de laatste editie deden meer dan 60 culturele instellingen mee, waaronder 22 musea. 

“Veel musea waren vooraf benieuwd wat voor groepen ze konden verwachten,” vertelt hij. “Maar je merkt dat studenten vaak veel nieuwsgieriger en meer betrokken zijn dan instellingen soms denken.”

Ook buiten Amsterdam groeit de belangstelling. Er lopen inmiddels gesprekken met steden als Utrecht, Amersfoort en Hilversum om vergelijkbare introductieweken op te zetten. Deventer, Leeuwarden en Leiden organiseren dit jaar hun eerste Culturele INTROWEEK. Uiteindelijk hoopt Jillis dat de aanpak landelijk gedeeld kan worden. “Het zou mooi zijn als niet iedere stad of instelling opnieuw zelf het wiel hoeft uit te vinden.”

Samenwerking als sleutel

Volgens Jillis zit de kracht van het initiatief juist in de samenwerking tussen onderwijs en cultuur. Via het CJP Cultuurkaartbudget van het ministerie van OCW kunnen scholen cultuurbudget inzetten voor museum- en cultuurbezoeken. Toch merkt hij dat nog lang niet alle instellingen weten welke mogelijkheden er zijn.

“Er is vaak meer mogelijk dan mensen denken,” zegt hij. “En juist door samen op te trekken kun je cultuur structureler onderdeel maken van het onderwijs.”

Daar ligt volgens hem ook een kans voor musea. “Veel instellingen zoeken naar manieren om nieuwe generaties aan zich te verbinden. Mbo-studenten vormen een enorme groep jongeren die lang niet altijd vanzelfsprekend hun weg naar musea vindt. Juist daarom is het belangrijk dat ze zich gezien en welkom voelen.”