Welke inzichten bieden de Museumcijfers? In deze speciale reeks van 3 vragen aan spreken we met experts uit de sector over hun inzichten op de cijfers en trends. Deze keer maak je kennis met Joëlle Hoogendoorn, Hoofd Co-educatie & Toegankelijkheid bij Nieuwe Instituut.

Schoolbezoek door jongeren (13–18 jaar) blijft een uitdaging. Hoe verklaar je dat, en hoe kunnen musea deze groep (opnieuw) blijven motiveren?
Jongeren bepalen niet waar ze naartoe gaan op excursie; dat wordt voor hen bepaald. Hierdoor begin je als museum met een achterstand. Te vaak kijken jongeren terug op een saaie excursie naar musea.
Juist die eerste indruk van een museum moet positief zijn. Neurowetenschappelijk onderzoek laat zien dat ervaringen in de tienertijd een blijvende indruk maken, omdat jongeren dingen intens ervaren.
Een museum moet een plek worden waar jongeren positieve associaties bij krijgen: waar hun perspectief ertoe doet, waar zij zich gehoord voelen en waar zij mogen zijn. Te vaak wordt er alleen feitelijke informatie in eenrichtingsverkeer naar jongeren verzonden en daar moeten zij het mee doen.
Als een schoolbezoek een afvinklijstje wordt van praktische en curriculum gerelateerde zaken, verlies je de kern: de ontmoeting tussen een persoon, in dit geval jongeren en het museum. De menselijke maat mag nooit uit een groepsbezoek verdwijnen. Een museumbezoek is een bezoek door een groep individuen aan jouw instelling. Iedere groep heeft iets anders nodig, en het is essentieel om daarop te blijven inspelen.
Er zijn te veel traditionele opvattingen over hoe een schoolbezoek aan musea eruit zou moeten zien, dat moet bevraagd worden.
Bijna alle musea bieden educatieve programma’s. Wat zijn volgens jou de grootste kansen of knelpunten om deze educatieve rol de komende jaren nóg meer te versterken?
De publiekservaring en educatie moet verweven worden in de ontwikkeling van tentoonstellingsconcepten. Er wordt bij het maken van tentoonstellingen niet alleen vertrokken vanuit een academisch oogpunt, maar het blijft ook leidend gedurende de realisatie. Educatie is geen after thought, het moet intrinsiek onderdeel zijn van tentoonstellingen.
Het grootste knelpunt? Educatie is anno 2025 nog te vaak een kwestie van informatie zenden. We moeten uitgaan van een participerende, actieve bezoeker die geen genoegen neemt met alleen luisteren.
Welke rol speelt digitalisering in museumeducatie – nu en in de toekomst?
Digitale ontwikkelingen zijn onderdeel van de context van vandaag. Als museum moeten we daarop in spelen. Een digitale ontmoeting kan niet een fysiek museumbezoek vervangen. En dat is maar goed ook: musea ontlenen hun bestaansrecht aan de fysieke ruimte, context en objecten. Digitale middelen vervangen geen fysieke museale ervaring, maar verdiepen die juist.