Welke inzichten bieden de Museumcijfers? In deze speciale reeks van 3 vragen aan spreken we met experts uit de sector over hun inzichten op de cijfers en trends. Deze keer maak je kennis met Anne Raijmakers, Contentmarketeer bij Stedelijk Museum Breda.

Welke veranderingen zie jij in de demografische opbouw van het museumpubliek, en wat betekent dat voor het publieksbeleid?
Door verschillende projecten verbreden we ons publieksbereik. Met Club Zien (educatie) en de participatieprojecten We OK! (kunst maken in verschillende wijken) en De Parade (betekenis carnaval) bereiken we nieuwe groepen, zoals jongeren en mensen met verschillende achtergronden. Dit bereiken we ook met programma in de publieke ruimte, zoals met het project Welkom in Breda (nieuwkomers).
Vrijetijdsbezoek onder kinderen en jongeren groeit harder dan het schoolbezoek. Hoe kunnen musea hier adequaat op inspelen zodat ook schoolbezoek blijft doorgroeien?
De cijfers van kinderen en schoolbezoeken zijn er bij ons beiden op vooruit gegaan ten opzichte van vorig jaar. Dit heeft oa te maken met de groeiende bekendheid van onze vaste tentoonstelling onder onze doelgroep. Om de groei van schoolbezoeken te stimuleren is het belangrijk om als museum goed aan te sluiten op het curriculum van het onderwijs (denk aan thema’s zoals burgerschap) en om zoveel mogelijk drempels om naar het museum te komen te beperken (denk aan: vervoer, budget, beschikbaar schoolbegeleiders). Om te groeien is het ook belangrijk om verder te denken dan muren van het museum en naar de scholen toe te gaan. Na het bezoek willen we de band warmhouden en samen met de school het bezoek evalueren.
Het lijkt dat Museumkaartbezoek sneller stijgt dan regulier bezoek. Wat vraagt dat van de publieksstrategie en de inkomensstructuur?
Een lastige vraag. Als museum zouden we voor balans willen zorgen door een staffel voor te stellen voor de Museumkaartvergoeding, om middelgrote en kleine musea tegemoet te komen (trapsgewijs: hoe meer Museumkaartbezoeken, hoe minder de vergoeding).