Hoe verduurzamen musea hun gebouwen op een manier die haalbaar en betaalbaar is én verantwoord voor collecties? Op deze pagina delen we 5 inzichten uit de Community of Practice Duurzaamheid & Musea.
Tijdens de eerste twee bijeenkomsten van de Community of Practice Duurzaamheid & Musea (CoP D&M) deelden musea en experts hun ervaringen rondom het thema toekomstbestendige gebouwen. Dat leverde scherpe inzichten op. Niet als eindoplossingen, maar als concrete handvatten om stappen te zetten richting een klimaatneutral en klimaatadaptief gebouw wat bijdraagt een toegankelijke en duurzame leefomgeving in 2050.
1. Begin met slimmer sturen, wacht niet op een verbouwing
Musea kunnen nu al grote stappen zetten door anders om te gaan met bestaande installaties. Wachten op een grote verbouwing is niet nodig om energie te besparen.
Tijdens de CoP werd duidelijk dat veel klimaatinstallaties draaien op strakke instellingen die historisch zijn gegroeid, maar in de praktijk vaak niet nodig blijken. Door te werken met ruimere bandbreedtes voor temperatuur en luchtvochtigheid, meer seizoensgebonden te sturen en installaties af te stemmen op daadwerkelijk gebruik, kunnen musea hun energieverbruik fors verlagen zonder risico’s voor collectie of bezoekerscomfort.
2. Meten is geen doel, maar een middel om te verduurzamen
Zonder inzicht in energieverbruik en gebouwprestaties blijft verduurzaming abstract. Wie wil sturen, moet eerst zichtbaar maken waar energie wordt verbruikt.
Veel musea beschikken over ambities en routekaarten, maar missen structurele monitoring. In de CoP werd benadrukt dat eenvoudige en continue datasturing (denk aan energiegebruik per m² en inzicht in installaties) cruciaal is om maatregelen te onderbouwen, effecten te volgen en de vertaalslag te maken van plannen naar uitvoering. Maar, zie meten echt als middel om te verduurzamen en niet als doel. Wat wil je bereiken en hoe ga je de uitkomsten omzetten tot actie? Maak het concreet en betrek collega’s voor draagvlak (Green Team!). Leer hierbij ook van collega musea, wat hebben anderen al gedaan?
3. Verduurzaming vraagt om samenwerking, zowel intern als extern
Duurzame gebouwkeuzes vragen niet alleen om technische kennis, maar vooral om een brede samenwerking. Zonder interne en externe afstemming komt verduurzaming moeilijk van de grond.
Uit de CoP blijkt dat succesvolle verduurzaming van het gebouw vraagt om samenwerking tussen verschillende afdeling: collectiebeheer, facilitaire zaken en directie. Daarnaast zijn veel musea afhankelijk van gemeenten of andere vastgoedeigenaren. Vroegtijdige gesprekken over eigenaarschap, investeringen en de verdeling van kosten en baten zijn essentieel om daadwerkelijk stappen te kunnen zetten.
4. Maak verduurzaming onderdeel van regulier onderhoud
Wie verduurzaming los organiseert, loopt vast. Door deze te koppelen aan onderhoud en investeringsmomenten wordt het haalbaar en betaalbaar.
Tijdens de CoP werd gedeeld dat verduurzaming het meeste effect heeft wanneer deze structureel wordt geïntegreerd in het meerjarenonderhoud (MJOP). Door duurzame maatregelen te verbinden aan natuurlijke vervangingsmomenten, voorkomen musea losse ingrepen en werken zij toe naar een samenhangende langetermijnstrategie voor toekomstbestendige gebouwen.
5. Winst zit ook in kleine, directe ingrepen
Niet elke stap hoeft groot te zijn om verschil te maken. Juist kleine aanpassingen kunnen snel resultaat opleveren én beweging op gang brengen.
Praktijkvoorbeelden uit de CoP laten zien dat quick wins (denk aan het beter inregelen van installaties of het tijdelijk uitschakelen van systemen) al snel aanzienlijke energiebesparing opleveren. Deze aanpak maakt verduurzaming ook haalbaar voor musea met beperkte capaciteit en helpt intern draagvlak op te bouwen.
Samen verder bouwen aan toekomstbestendige gebouwen
De Community of Practice laat zien dat verduurzaming van museale gebouwen begint bij slimmer sturen, beter meten en samenwerken. De Museumvereniging blijft deze uitwisseling ondersteunen en verdiepen, zodat musea van elkaar kunnen leren en gezamenlijk stappen kunnen zetten.
Hiermee ronden we het thema toekomstbestendige gebouwen af. De volgende CoP D&M bijeenkomst op donderdag 7 mei zal gaan over het thema bedrijfsvoering.
Heb jij ervaringen of vragen op dit onderwerp die je wil delen? Neem contact op met de Museumvereniging via abeijersbergen@museumvereniging.nl.
Richt een Green Team in
Wil je verder aan de slag? Richt een Green Team in! Een aantal deelnemende musea hebben een interne duurzaamheidswerkgroep (ofwel: Green Team) ingericht met een duidelijke opdracht en tijdlijn. Sleutel tot succes: zorg dat het Green Team direct gekoppeld is aan MT/directie, waarmee het ook top-down gedragen wordt. Om te voorkomen dat het verzandt in een praatgroepje is het essentieel dat het Green Team mandaat krijgt en focus aanbrengt door een aantal concrete actiepunten voor het jaar op te stellen gekoppeld aan belangrijke momenten binnen het museum. Zorg dat elke afdeling vertegenwoordigd is binnen het Green Team voor bottom-up draagvlak en brede kennisborging. Dit vergroot continuïteit en maakt verduurzamen minder persoonsafhankelijk.
1. Van praten naar doen
☐ Heeft het Green Team een duidelijke opdracht (niet alleen inspireren, maar uitvoeren)?
☐ Zijn er max. 2–3 concrete acties gekozen voor dit jaar?
☐ Is vastgelegd wie beslist, wie uitvoert en wat het resultaat is?
☐ Wordt voortgang zichtbaar gedeeld in de organisatie (MT, intranet, teamoverleg)?
2. Top-down en bottom-up verbonden?
☐ Zit er minstens één MT-lid of manager in of direct aan het green team gekoppeld?
☐ Worden initiatieven van medewerkers actief opgepakt en opgeschaald?
☐ Is duidelijk hoe ideeën van de werkvloer besluitvorming bereiken?
3. De juiste mensen aan tafel
☐ Is het green team samengesteld op basis van rol & invloed, niet alleen motivatie?
☐ Zijn alle afdelingen vertegenwoordig? Denk aan: facilitaire zaken en ICT, bedrijfsvoering (inkoop), collectie en informatie, presentatie en educatie, personeel en organisatie, commerciële zaken en hospitality, marketing en communicatie, development en partnerships, MT en directie
☐ Is duidelijk wat ieder teamlid namens zijn/haar afdeling kan beslissen?
4. Continuïteit geborgd
☐ Is duurzaamheid vastgelegd in beleid, missie of jaarcyclus?
☐ Zijn afspraken zo ingericht dat ze niet persoonsafhankelijk zijn?
☐ Krijgt het Green Team tijd en (eventueel) budget, hoe klein ook?
☐ Is er een vaste ritmiek (bijv. kwartaalcheck, MT-update)?
5. Focus op impact (niet alles tegelijk)
☐ Weet het team waar de grootste impact zit (denk aan gebouw, inkoop, tentoonstellingsbouw, mobiliteit)?
☐ Durft het team kleine, zichtbare successen te boeken en te delen?
6. Tot slot: reality check
☐ Zou het Green Team ook blijven functioneren als een kartrekker morgen vertrekt?
☐ Is duurzaamheid hier een vast onderdeel van werkprocessen door de hele organisatie?
☐ Is het einddoel dat het Green Team zichzelf deels overbodig maakt?