Op de laatste dag van de Boekenweek – zondag 22 maart – ga je al lezend het museum in. Het Boekenweekgeschenk is wederom geldig als toegangsbewijs voor ruim 230 musea door heel Nederland. Speciaal voor deze Boekenweek hebben 44 bekende Nederlandse schrijvers – zoals Adriaan van Dis, Heleen van Royen, Jan Siebelink, Joost Oomen, Hanna Bervoets en Ted van Lieshout – literaire museumbordjes geschreven over werken uit de collectie van vijftien musea door het hele land. Van Generatie Z tot de Stille Generatie, ieder door hun eigen literaire bril. Deze multigenerationele blik laat zien hoe kunst telkens opnieuw betekenis krijgt.
- Literaire museumbordjes in het Frans Hals Museum bij het werk: Vrouwen in slaapkamer van Ferdinand Erfmann, 1928. Foto’s: Maarten Nauw
De kracht van generaties die elkaar bevragen
Elk object in een museum vertelt een verhaal. Door vierenveertig auteurs uit verschillende generaties te vragen om hun literaire interpretatie te delen, ontstaat een caleidoscoop van perspectieven: razend scherpe, intuïtieve Gen Z‑observaties naast bedachtzame Gen X‑reflecties. Of de rijke intertekstualiteit van Millennial‑auteurs naast de doorleefde stem van Babyboomers. Samen laten ze zien hoe kunst ons verbindt.
Museumbezoekers van deelnemende musea ontvangen op zondag 22 maart een miniboekje, waarin acht van deze nieuwe verhalen zijn opgenomen. Via QR‑codes en via museum.nl zijn alle verhalen te lezen. In het miniboekje worden bezoekers bovendien uitgenodigd om zelf schrijvend naar kunst te kijken: ‘Kies een werk dat je raakt en schrijf jouw verhaal. Want iedereen is een schrijver.’
Deze 44 auteurs hebben een uniek museumbordje geschreven over werken uit de collectie van 15 musea: Audrey Adelin, Mahat Arab, Anne Mieke Backer, Hanna Bervoets, Christien Brinkgreve, Sacha Bronwasser, Bart Chabot, Storm Chabot, Milou Deelen, Eva van den Broek, Tim den Heijer, Charles den Tex, Rosalie Dielesen, Adriaan van Dis, Philip Dröge, Dario Goldbach, Ilja Gort, Daan Heerma van Voss, Mariska Kleinhoonte van Os, Sander Kollaard, Harmen van Liemt, Ted van Lieshout, Lot Mulder, Lykele Muus, Anya Niewierra, Nelleke Noordervliet, Lex Noteboom, Joost Oomen, Marwa Omari, Lex Paleaux, Linda van Rijn, Peter Römer, Wouter Rozema, Heleen van Royen, Jan Siebelink, Janneke Siebelink, Jeroen Siebelink, Stijn de Vries, Carolijn Visser, Gerwin van der Werf, Lisa Weeda, Jeroen Windmeijer, Jante Wortel, Maartje Wortel.
In deze 15 musea zijn de collectie-items en verhalen te zien: Bonnefantenmuseum, De Pont Museum, Drents Museum, Frans Hals Museum, Fries Museum, Limburgs Museum, Museum De Lakenhal, Museum Henriette Polak, Museum van de Geest, Museum MORE, Museum De Waag, Het Noordbrabants Museum, Rijksmuseum Boerhaave, Rijksmuseum Twenthe, Monopole (Stedelijk Museum Schiedam).
Sneak preview
Bekijk hier alvast enkele werken uit museumcollecties waar de schrijvers een literair museumbordje bij hebben gemaakt. De bordjes zijn bij het desbetreffende kunstwerk te lezen.

- Vrouwen in slaapkamer van Ferdinand Erfmann, 1928
In het Frans Hals Museum (Haarlem) hangt Vrouwen in slaapkamer van Ferdinand Erfmann. Gen Z‑schrijver Harmen van Liemt schildert in woorden de intimiteit tussen twee geliefden in een verstilde kamer waar schaamte ontbreekt. Sacha Bronwasser (Gen X) nodigt de lezer uit in een poëtische ontsnapping: een kleine boot waarin identiteit en ballast worden achtergelaten. Adriaan van Dis (Babyboomer) brengt humor en mildheid in zijn observatie van het schilderij en plaatst Erfmanns eigen genderexpressie in historisch perspectief.

- Kleine schaatsenrijder van Piet Esser, 1960
In Museum Henriette Polak (Zutphen) is het bronzen beeld Kleine schaatsenrijder te zien van Piet Esser, Gen Z‑auteur Storm Chabot ziet de schaatser veranderen in een rockgitarist op volle snelheid, een scène die zelfs leidt naar het afscheidsconcert van Golden Earring. Daan Heerma van Voss (Millennial) beschrijft hoe kunst ‘liegt om de waarheid te tonen’: de schaatser flitst voorbij, zijn anatomisch te lange been benadrukt de snelheid. Sander Kollaard (Gen X) laat zijn gedachten associatief meanderen van de ijzersporen op het ijs naar jeugdherinneringen en het vakmanschap van de beeldhouwer.

- De Maaltijd, toegeschreven aan Francesco di Girolamo da Santacroce, circa 1540, collectie Bonnefantenmuseum, langdurige bruikleen Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
In het Bonnefantenmuseum (Maastricht) ervaart Millennial‑auteur Lisa Weeda De Maaltijd als een mislukt bacchanaal waarin saters een ongemakkelijke waarheid blootleggen over macht, begeerte en ongemak. Eva van den Broek (Gen X) vertaalt de chaos boven de tafel naar Systeem I – ons impulsieve denken – terwijl onder de tafel juist de rationele hersenen musiceren. Ted van Lieshout (Babyboomer) reflecteert op een speelse, bijna parodistische versie van het Laatste Avondmaal, vol symboliek die verwijst naar wellust en menselijke zwaktes.

- Plakboeken van Mata Hari
Voorbeeld van literaire museumbordjes bij Plakboeken van Mata Hari. Te zien in het Fries Museum (Leeuwarden):
-
15 oktober 1917. Het geluid van een schot. Je lijf dat als een lappenpop neervalt. Gereduceerd tot enkel een omhulsel. Weg ziel, weg licht. Weg Margaretha Geertruida Zelle, weg Mata Hari.
Het Friese meisje dat zich kon bewegen als geen ander. Dat zich kon voordoen als alles wat ze misschien niet was. Op de vlucht, weg van de gebruiken en weilanden, op zoek naar een grootser bestaan.
Klik. Op de foto. Gezien worden. Dat was fijn. Maar niet altijd, niet in de rol die je hebt gekregen, niet in het dubbelleven dat je leidde. Toch bracht het je in Berlijn, Parijs, Den Haag.
Wat zag je vlak voordat alles zwart werd? Het peloton en de donkere loop van het geweer? Misschien het bladerdak, de aarde? Waren het je eigen handen die zo vaak in het ritme van de muziek meedeinden? Je stond er vast met je blik vooruit, niet waar?
-
Er is iets ontregelends aan een plakboek achter glas. Niet omdat het oud is – oud ben ik inmiddels ook, in internetjaren, ik heb Hyves namelijk nog meegemaakt – maar omdat het zo schaamteloos laat zien wat wij nu met een duim doen: een leven knippen, plakken, ordenen, en dan doen alsof het ‘gewoon zo gegaan is’. Alleen had zij geen story die na vierentwintig uur verdwijnt. Zij had lijm.
Ik kijk naar de Plakboeken van Mata Hari en herken de logica meteen. Het ritme van verzamelen. De drang om te bepalen wat blijft hangen. Je ziet geen chaos van een mens, maar een montage: knipsels, blikken, zinnen die haar naam groter maken dan haar adem. Het voelt als een vroege versie van een feed, alleen met lijm in plaats van pixels.
Mijn generatie is opgegroeid met het besef dat identiteit niet alleen iets is wat je bent, maar ook iets wat je maakt en dat anderen daar altijd een versie van maken die beter verkoopt. De plakboeken zijn daardoor tegelijk ontroerend en pijnlijk: ze lijken te zeggen dit is hoe ik gezien word, maar ook: dit is wat er van mij gemaakt wordt. En omdat wij weten hoe haar verhaal eindigt, krijgt elke pagina iets dossierachtigs, alsof de geschiedenis haar niet terugleest als mens, maar als bewijsstuk.
Wat ik hier vooral voel, is hoe oud het mechanisme is: bewondering die kantelt in bezit, beeldvorming die een wapen wordt, een vrouw die mythe moet worden om te mogen bestaan. En toch zit er ook verzet in zo’n plakboek. Het is een keuze. Een poging om de regie terug te pakken: dit mag blijven, dit doet ertoe, dit is mijn naam. Al is het maar op papier. Toen ik weer buiten stond, met mijn telefoon al half in mijn hand, besefte ik: wij doen hetzelfde, alleen sneller. We archiveren onszelf in de hoop dat we daardoor minder kunnen verdwijnen. De tijd verandert, de middelen veranderen, maar het mechanisme blijft.
-
Griet uit Friesland werd Mata Hari. Het past bij hoe haar generatie sprak over vrouwen als zij. Vedette in een revue, femme fatale, courtisane. Franse leenwoorden als het masker van een burlesque-danseres: bloemrijk én verbloemend. Concubines, demi-mondaines … hun werkelijkheid was niet altijd mooi, de woorden wel. Ook nu nog klinkt een affaire met een maîtresse chiquer dan een platte scharrel. Toch is de taal veranderd. Vandaag zou Mata Hari adult entertainer heten, content creator of high class escort. De nieuwe generatie kiest Amerikaanse zakentaal. Die impliceert: zij is een professional, het is gewoon business. Franse finesse of LinkedIn-lingo: ook honderd jaar later is de vraag wié zich nu eigenlijk verschuilt achter het masker van de taal. De vrouwen zelf, of toch de mannen die hen betalen?
-
Mata Hari (Margaretha Zelle) begreep al vroeg dat de wereld groter was dan de keurige straatjes van haar geboortestad Leeuwarden. In haar plakboeken zie je hoe ze die wereld met zichtbaar plezier binnendrong. Foto’s, knipsels en aantekeningen tonen een jonge vrouw die weinig voelde voor braafheid. Een gescheiden moeder die haar dochter moest achterlaten, maar ook een vrouw die zag dat mannen met macht uitstekend dienst konden doen als opstapje naar een groter leven.
Ze kende de mannelijke zwaktes: ijdelheid en verlangen. Generaals, diplomaten en rijke industriëlen smolten voor haar uitdagende optredens en haar charme. Een exotische dans, een glimlach, en wie weet wat nog meer, en plotseling gingen deuren open waar gewone stervelingen alleen maar van konden dromen.
Die plakboeken laten zien hoe ze dat deed: niet als een geheimzinnige spionne, maar als een briljant verleidster die mannen precies liet doen wat zij wilde. De huidige generatie kan daar nog steeds iets van opsteken.