Dit interview was te lezen in de ledennieuwsbrief van 18-09-2025.

Benieuwd naar de mensen achter de schermen van de museumsector? In onze reeks 3 vragen aan gaan we in gesprek met collega’s uit verschillende musea over hun werk, drijfveren en inzichten. Deze keer maak je kennis met Harry Tupan, Algemeen Directeur bij het Drents Museum.

Foto: Sake Elzinga
Hoe ben je in de museumwereld terecht gekomen?

Van jongs af aan heb ik een grote interesse voor musea gehad. Dat werd van huis uit zeer gestimuleerd. Na mijn middelbare school ging ik naar Leiden om aan de Reinwardt Academie te gaan studeren. Ik behoorde tot de allereerste lichting in 1976. Daarna studeerde ik kunstgeschiedenis in Groningen en meteen ging ik vervolgens werken in het Drents Museum. En daar ben ik 45,5 jaar gebleven.

Wat is je favoriete plek/kunstwerk in jouw museum?

Eigenlijk heb ik geen favoriete plek. Ons museum is zo mooi door de aaneenschakeling van verschillende gebouwen uit verschillende eeuwen. Van een 17de-eeuwse kerk tot een modern museumpaviljoen uit 2011 van architect Erick van Egeraat. Maar als ik dan toch een kunstwerk moet noemen: een wandreliëf van Carolein Smit (1960) ‘Hond in de pot’ uit 2021, dat te zien is onze Brasserie Pingo.

Welk museum/welke tentoonstelling staat er nog op je verlanglijstje?

Ik ga in september naar het Missiemuseum in Steyl, vlakbij Venlo, één van mijn favoriete musea. Daar opent dan de tentoonstelling De Collectie Verzet, waarbij de historische opstelling, waar het museum zo bekend om staat, wordt doorbroken door interventies van hedendaagse kunstenaars. In mijn afscheidstentoonstelling Microkosmos – De wereld in een Wunderkammer zijn ook een aantal bruiklenen uit Steyl te zien.