De Ethische Code voor Musea is de basis voor de beroepsethiek in de museale sector in Nederland.
Het is een richtlijn die musea wereldwijd houvast biedt om ethisch verantwoord te handelen. De Code is de basis voor de beroepsethiek in de museale sector in Nederland. De Ethische Commissie voor Musea adviseert gevraagd en ongevraagd over de inhoud en toepassing van de Ethische Code voor Musea, die een vrije vertaling is van de internationale ICOM Code of Ethics for Museums uit 2004.
Werkwijze
De Museumvereniging, Stichting Het Nederlands Museumregister, ICOM-Nederland, Stichting Landelijk Contact van Museumconsulenten, Stichting Museumkaart en de Nederlandse Federatie van Vrienden van Musea benoemen de leden van deze commissie. De werkwijze van de Ethische Commissie voor musea is vastgelegd in een reglement. Je kunt de Code en alle uitgebrachte adviezen vinden via de knop onderaan deze pagina.
Advies
Een verzoek tot advies van de Ethische Commissie voor Musea kan onder andere via de Museumvereniging worden aangevraagd. Wil je eerst overleggen over een mogelijk advies? Dan kan je contact opnemen met de secretaris van de Ethische Commissie voor Musea.
-
De Ethische Code voor Musea biedt musea richtlijnen om ethisch verantwoord te handelen. Maar kant-en-klare antwoorden zijn er vaak niet. Ethisch handelen betekent vaak: belangen afwegen, transparant zijn over je besluiten en over je motivatie. Wat zou jij bijvoorbeeld doen in dit geval?
Regelmatig krijgen musea objecten aangeboden of kunnen zij objecten verwerven die gaten in hun herkomstgeschiedenis hebben. Wat kun je, of mag je, of moet je dan doen?
Een voorbeeld: een familie wil jouw museum een beeld schenken dat zij hebben geërfd van hun opa. Het ziet er oosters uit, maar de familie weet niet hoe hij eraan kwam. Het ziet eruit als een heilige. Het museum schat in dat het beeld minstens twee eeuwen oud is, en misschien een religieuze context heeft gehad. Helaas weet de familie niets over de herkomst. Een expert moet worden ingeschakeld om méér te weten te komen, liefst ook deskundigen uit het herkomstland. Maar waar te beginnen, als het herkomstland niet eens bekend is? Het museum is klein en kan de kosten van zo’n zoektocht niet opbrengen. De familie voelt daar ook niets voor, en zegt: “Dan brengen we ’t naar een veiling, er is vast een particulier die interesse heeft.”
Dit plaatst het museum voor een dilemma. Het beeld lijkt té bijzonder om niet op te nemen in het publieke domein. De Ethische Code schrijft voor dat de volledige herkomstgeschiedenis in kaart moet worden gebracht. In de praktijk vergt dat aanzienlijke tijd en middelen. De rol van een museum omvat het beschermen en bewaren van cultureel erfgoed, maar er óók voor zorgen dat de illegale handel niet wordt gestimuleerd door objecten te verwerven die misschien onrechtmatig werden verworven. Soms botst dat. Wat te doen in deze situatie? Welke afweging zou je maken?
Over dit soort vragen gaat het volgende seminar van de Ethische Commissie.
-
In januari deed de Rechtbank Amsterdam een interessante uitspraak over het legaat dat Adriaan van der Hoop (1778-1854) bij zijn overlijden naliet aan de Gemeente Amsterdam. Het legaat betreft meer dan 200 schilderijen uit de 17e en 19e eeuw die vandaag de dag beheerd worden door het Amsterdam Museum en het Rijksmuseum.
Van der Hoop verbond aan zijn erfenis voorwaarden: zo moest de collectie in een geschikte ruimte in Amsterdam te zien zijn voor publiek. Maar wat betekenen deze voorwaarden voor modern museaal bruikleenverkeer? De rechtbank oordeelde dat het tijdelijk in bruikleen geven aan musea in binnen- en buitenland toegestaan is.
Voorwaarden
Veel collega’s zullen bij deze uitspraak denken aan de collectie die zij beheren. Ieder museum kent legaten of schenkingen met soortgelijke voorwaarden: ‘altijd op zaal te zien’, ‘enkel binnen Nederland uitlenen’, ‘als verzameling bij elkaar houden’, ga zomaar door. Of wat te denken van een levenslang gebruiksrecht door familieleden?
Zulke voorwaarden zijn vaak weggezakt in schenkingsaktes en bij nieuwe generaties museummedewerkers niet meer bekend. Door sommige musea worden beperkende voorwaarden al decennialang stilzwijgend genegeerd. Zeker niet omdat de legaten en schenkingen niet op waarde geschat worden, maar omdat de voorwaarden van toen niet meer aansluiten bij de museale praktijk van nu.
Hoe om te gaan met deze situatie?
De Ethische Code biedt alleen aanknopingspunten voor herinterpretatie van sommige voorwaarden. Zo wordt in artikel 4.1 “materieel of virtueel” tentoonstellen gelijkgesteld. Dan kan een object dat volgens voorwaarde altijd op zaal te zien moet zijn dus ook virtueel in de schijnwerpers gezet worden.Is de gang naar de rechtbank wel een passende oplossing voor beperkende voorwaarden? Het is van belang dat we de wensen van onze begunstigers van toen in hun waarde laten en dat we in de museale realiteit van nu in hun geest proberen te handelen. De uitspraak van de rechtbank laat zien dat er dan best veel kan.
Henrike Hövelmann
Lid van de Ethische Commissie voor Musea -
Alle Nederlandse universiteiten bewaren een erfgoedcollectie. Veelal bestaat deze uit voorwerpen die zijn gebruikt voor onderwijs en onderzoek naar de geschiedenis van de universiteit. Drie universiteiten voeren een volledig geregistreerd museum (UvA, UU en RUG), en een aantal musea is geënt op voormalige universiteitscollecties, zoals museum Boerhaave.
Ethische dilemma’s
Geregistreerde musea – maar eigenlijk alle academische collecties die op museale wijze worden beheerd – zijn gehouden aan de Museumnorm en dus ook de Ethische Code. De richtlijnen daarin kunnen conflicteren. Zo schrijft art. 6 van de Ethische Code voor dat musea nauw samenwerken met die gemeenschappen waar de collecties vandaan komen, alsmede met de gemeenschappen ten dienste waarvan zij werken. De collectie menselijke preparaten van Petrus Camper in Groningen is illustratief. De gemeenschappen in Zuid-Afrika, Indonesië en elders, waar de preparaten – vaak onbehoorlijk – zijn onttrokken zijn geheel andere dan de gemeenschap ten dienste waarvan deze zijn verzameld: de academische gemeenschap. Welke gemeenschap geeft de doorslag? We moeten en willen rekening houden met de gemeenschappen van herkomst. Maar moet dat door de objecten bijvoorbeeld niet meer tentoon te stellen of te bestuderen? Of slaat de balans door naar het belang van de academie, en nemen we de problematische herkomstgeschiedenis voor lief? De collecties maken deel uit van de academische geschiedenis en worden nog steeds ingezet voor anatomisch onderwijs.Gebruik versus behoud
Delen van de universitaire collecties waren bedoeld voor onderwijs en onderzoek, met het risico van beschadiging en vernietiging. In een museum wordt het verplaatsen en hanteren van dergelijke objecten juist tot een minimum beperkt. Deze objecten uit depot halen om er een praatje bij te houden is geen vanzelfsprekendheid meer. Maar daarvoor waren deze oorspronkelijk juist bedoeld!De Ethische Code voorziet met één artikel in de omgang met Werkende Collecties (2.8): Het collectiebeleid kan speciale aandacht voor een werkende collectie omvatten, waar de nadruk meer ligt op het behoud van culturele, wetenschappelijke of technische processen dan op het object zelf of waar objecten zijn samengebracht met als doel ze te laten aanraken of te gebruiken voor onderwijsdoeleinden. De vraag is, waar begint en eindigt zoiets? Pleit dit academische collecties vrij om menselijke preparaten tentoon te stellen? Wanneer is het belang van een object gebruiken groter dan het object zelf? En wie is belangrijker, de gemeenschap voor wie het museum werkt en onderdeel van uitmaakt, of de gemeenschap waaraan de objecten onttrokken zijn?
-
Roofkunst is niet meer uit het nieuws te denken. Afgelopen maand werd in Argentinië een schilderij uit voormalig bezit van kunsthandelaar Goudstikker gespot bij de dochter van een naar Argentinië uitgeweken Nazi-officier. De Argentijnse autoriteiten kwamen onder mediadruk direct in actie en kondigden restitutie aan.
Dat is opvallend snel vergeleken met de Nederlandse restitutie van Goudstikker schilderijen twintig jaar geleden. Toen gingen aan teruggave jaren van onderzoek en procedures vooraf, en veel discussie over de vraag of het wel om roofkunst ging. Een andere opzienbarende gebeurtenis was de aankondiging van restitutie aan Indonesië van de Dubois-collectie in Naturalis. Herkomstonderzoek, aldus het ministerie, heeft nieuwe inzichten opgeleverd. Zo blijkt: normen veranderen snel op dit gebied.
Herkomstonderzoek naar eigendomsovergangen in de periode 1933-1945 lijkt inmiddels standaardpraktijk, en ook voor de lang genegeerde categorie koloniale roofkunst is aandacht en budget beschikbaar gesteld. Maar hoe zit dat met een andere belangrijke categorie ‘roofkunst’: illegaal geëxporteerde antiquiteiten?
Internationaal staat juist deze categorie in de schijnwerpers. Zie bijvoorbeeld de lancering door UNESCO van het virtuele ‘Museum of Stolen Cultural Objects’ om aandacht te vragen voor illegale handel. In internationale verklaringen wordt het belang van restitutie en herkomstonderzoek benadrukt. Ook juridisch verandert er iets, zo blijkt uit een recente uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Italië werd in het gelijk gesteld in zijn claim op een in de jaren ’70 door het Getty museum aangekocht antiek bronzen beeld (Victorious Youth), destijds zonder vergunning Italië uit gesmokkeld. Opvallend is het grote belang dat het Hof toekent aan herkomstonderzoek, óók voor aankopen in het verleden.
Herkomstonderzoek krijgt dus een steeds bredere betekenis, terecht, alleen al in het licht van de voortdurende kunstroof met name uit conflictgebieden. Die ontwikkeling roept ook vragen op: wat is een ‘goede’ herkomst’, hoe stel je die vast, en wat te doen als herkomstinformatie ontbreekt? De tijd lijkt rijp voor een beleid voor herkomstonderzoek in brede zin, en voor erkenning dat het om een zelfstandig, interdisciplinair, vakgebied gaat.
-
In de VS is politieke druk op musea aan de orde van de dag. Ook in Europa zegt bijna 60% van de musea politieke inmenging te ervaren (bron: NEMO). Dat is niet zo vreemd, want de overheid – landelijk én lokaal – houdt meestal de financiële touwtjes in handen. Daarmee ligt inhoudelijke of personele sturing al snel op de loer.
Gewenst en ongewenst De Ethische Code zegt weinig over politieke inmenging, maar legt wel nadruk op autonomie, professionaliteit en dienstbaarheid aan de samenleving. Politieke invloed kan die waarden onder druk zetten, al ontkom je er niet helemaal aan: musea werken binnen de wetten en regels die door de politiek zijn gemaakt. Maar politieke bemoeienis is niet per se verkeerd. We vinden het logisch dat er toezicht is op publieke middelen, en ook dat beleid stuurt op thema’s als inclusie en toegankelijkheid. De grens tussen gewenste en ongewenste invloed is dus dun. Zijn musea neutraal? Waar ligt eigenlijk het gevaar? Inhoudelijke censuur op programmering is voor het museale veld een rode lijn. Ook politieke benoemingen vinden we onacceptabel. Maar hoe zit het met kunst gebruiken om een politiek verhaal te vertellen – of met het weren van kunstenaars vanwege hun verleden? En wie bepaalt wat maatschappelijk relevant is? Ik worstel vaak met deze vragen. Op mijn werk, maar net zo goed aan de keukentafel of op verjaardagsfeestjes. Waar ligt de grens tussen democratische verantwoording en inhoudelijke vrijheid? Kan een museum eigenlijk ooit echt neutraal zijn? Seminar Genoeg stof om over door te praten. Medio april 2026 organiseren de Museumvereniging en de Ethische Commissie een seminar over de vraag wanneer politieke invloed in musea legitiem is en wanneer het bemoeienis wordt. Je bent van harte uitgenodigd om daarbij aanwezig te zijn. Werk je in een museum en wil je actief meepraten als panellid? Dat kan! Meld je dan aan via secretaris@ethischecodevoormusea.nl. De Commissie zal een gemengd panel samenstellen van zes leden. Lucas Petit Lid Ethische Commissie voor Musea