Wat betekent inclusiviteit in de praktijk voor de cultuursector?

Nieuws | 01 mei 2018

Sinds maart 2018 is Kivilcim Özmen actief als projectmanager voor het project Cultuur en Creatief Inclusief. Het is een initiatief van brancheverenigingen verzameld onder de koepel van Federatie Cultuur.

Kivilcim Özmen

Cultuur en Creatief Inclusief

Afgelopen jaren heeft de Federatie Cultuur campagne gevoerd rondom ‘De Code Culturele Diversiteit’ en ziet de noodzaak om deze campagne om te zetten in een meerjarig plan waarin inclusiviteit in brede zin centraal staat. Uiteindelijk is dit het actieplan ‘Cultuur en Creatief Inclusief’ geworden met als doel bij te dragen aan een sterke, toekomstbestendige cultuursector die de samenleving representeert.

De diversiteit van de bevolkingssamenstelling wordt steeds duidelijker voelbaar. Er leven maatschappelijke discussies over ‘white privilege’, dekolonisatie en het ontstaan van in sociaaleconomisch opzicht gescheiden werelden. Dit raakt de cultuursector in de kern. Cultuur verbindt en verrijkt, en zou dat moeten doen, ongeacht culturele achtergrond. Dat is echter nog altijd niet het geval. Een deel van het potentiele publiek voelt zich daarom niet aangetrokken tot het culturele aanbod. Een deel van de arbeidsmarkt zal daarom nimmer gaan werken in de cultuursector. Culturele instellingen lopen zo publiek en medewerkers mis, en vooral de kans om een andere cultuur binnen de eigen organisatie, in de zalen en op de podia te krijgen. Een cultuur die past bij deze tijd, die duurzaam is, en die past bij een cultuursector die tot doel heeft te verbinden en te verrijken. Culturele instellingen nemen het onderwerp steeds meer ter harte, zowel vanuit moreel oogpunt als vanuit het economische besef dat ze ‘de boot missen’ als niet wordt geïnvesteerd in nieuwe publieksgroepen. Zo hebben zij hun brancheverenigingen gevraagd om hen hierbij te ondersteunen en willen met dit plan de cultuursector de komende vier jaar een grote stap laten maken naar een meer inclusieve cultuur.

Actieplan: vier pijlers

In praktijk gaat het actieplan bestaan uit vier pijlers. De eerste pijler is het voeren van een campagne om het bewustzijn over inclusiviteit te vergroten. Zo wordt een digitaal kennisplatform opgezet met inspirerende ‘best practices’ en voorlichting. Er wordt een Diversiteit Award uitgereikt met een geldbedrag van € 25.000. Op congressen, bijeenkomsten en scholen gaan workshops en presentaties gegeven worden.

In de tweede pijler staat het ontwikkelen van een intersectioneel denken en het vernieuwen van de ‘code Culturele Diversiteit’ centraal. Deze wordt nu door de sector als uitgangspunt genomen, maar het hierin gebruikte diversiteitsbegrip is wellicht te smal. Daarom wordt er een handleiding over ‘intersectioneel denken voor de culturele sector’ ontwikkeld. Intersectioneel denken wordt ook wel ‘kruispunt denken’ genoemd en is een vrij onbekend begrip in de cultuursector. Het gaat erom dat iedereen in zijn of haar leven immers te maken heeft met verschillen op grond van sekse, etniciteit, klasse, nationaliteit en seksuele voorkeur. Deze verschillen spelen in samenhang een rol en zorgen voor structureel voordeel, ofwel structureel nadeel in de maatschappij. Juist het feit dat maatschappelijke verschillen met elkaar samenhangen, wordt intersectionaliteit genoemd. In onze samenleving maken we op verschillende niveaus onderscheid tussen mensen. Het maakt immers verschil of je man, vrouw, zwart, wit, arm, rijk, oud, jong, homo- of heteroseksueel bent. Deze verschillen hebben niet alleen effect op individueel niveau. Ook maatschappelijk hebben deze onderscheidingen betekenis: deze en andere onderverdelingen zijn verbonden met macht en machtsstructuren, op de arbeidsmarkt, in de politiek en ook in de cultuursector. Ze vormen grond voor discriminatie en ongelijke behandeling, zorgen ervoor dat sommige mensen te maken hebben met structureel nadeel en anderen met structureel en vaak onzichtbaar voordeel. Gender (man/vrouw), etniciteit (zwart/wit), klasse (rijk/arm), leeftijd (jong/oud) en seksuele oriëntatie (homo/hetero) noemen we ordeningsprincipes. De theorie van het kruispunt denken verwijst naar de kruisingen (intersecties) van verschillende maatschappelijke ordeningsprincipes. Mensen zijn immers niet alleen vrouw of man, maar tegelijkertijd vrouw of man met een bepaalde etniciteit, klasse, seksuele voorkeur en nationaliteit. Verschillende ordeningsprincipes spelen tegelijkertijd een rol in de samenleving.

Omdat in de cultuursector de ‘Code Culturele Diversiteit’ steeds meer als integraal uitgangspunt genomen wordt, kan ook hierin niet voorbij worden gegaan aan maatschappelijke verschillen, die elkaar beïnvloeden en versterken. Op alle terreinen moet dan ook oog zijn voor intersectionele analyse, zowel in het algemeen als in een specifiek beleid. De Federatie Cultuur pleit er ook voor om de definities en het vocabulaire in de ‘Code Culturele Diversiteit’ opnieuw tegen het licht te houden en te moderniseren.

Voor het bevorderen van inclusiviteit is het voorts belangrijk om te weten hoe het op dit moment met de diversiteit binnen de cultuursector gesteld is op het gebied van de vier P’s: personeel, publiek, programma en partners. Binnen de derde pijler wordt daarom een nulmeting op deze vier punten gedaan door ontwikkeling van een scan. Hiermee wordt gemeten hoe organisaties op dit moment met de ‘Code Culturele Diversiteit’ omgaan en er invulling aan geven. De gegevens worden uiteindelijk anoniem gepubliceerd en dienen als voeding voor het debat over inclusiviteit.

De vierde en laatste pijler biedt concrete handreikingen en een trainingsaanbod voor de sector. Per branche wordt een aanbod opgesteld van trainingen, workshops, tools en voorlichting die door organisaties in de praktijk ingezet kunnen worden om de inclusiviteit binnen de eigen organisatie te verbeteren.

Binnen het project wordt met veel verschillende partijen samengewerkt. Niet alleen met de in de Federatie Cultuur verenigde brancheverenigingen, maar bijvoorbeeld ook met de brancheverenigingen binnen de Federatie Creatieve Industrie, de verschillende cultuurfondsen en andere partijen die mee willen helpen en denken. Zo ontstaat er een groot draagvlak voor het actieplan binnen de cultuursector.

Deel dit nieuws