Tweede sectorspecifieke pakket geeft hoop

Minister Van Engelshoven heeft onlangs een tweede sectorspecifiek steunpakket voor cultuur aangekondigd ter waarde van 482 miljoen euro. Dit betekent dat er fors, extra middelen vrijkomen voor de culturele en creatieve sector, waaronder musea.

De Museumvereniging voert sinds het uitbreken van de coronacrisis in Nederland een actieve lobby om de belangen van musea tijdens deze crisis zo goed mogelijk te behartigen. 

Hoewel de precieze invulling van het steunpakket nog niet bekend is, zijn de grote lijnen wel al duidelijk:

  • € 200 miljoen is bedoeld voor een vervolg van het eerdere steunpakket cultuur tot 1 juli 2021. Deze middelen gaan naar culturele instellingen die van cruciaal belang zijn voor de landelijke infrastructuur, maar ook naar kunstenaars en creatieve professionals, bedoeld voor innovatie en transitie van werkwijzen en verdienvermogen.
  • € 20 miljoen wordt beschikbaar gesteld voor het behoud van private musea en kunstcollecties van nationaal belang;
  • € 150 miljoen stelt gemeenten in staat om de cruciale lokale culturele infrastructuur te ondersteunen. Dit is naast € 68 miljoen die beschikbaar komt voor de schade die gemeenten en provincies hebben opgelopen.

Als Museumvereniging zijn wij buitengewoon hoopvol gestemd dat dit leidt tot passender steun voor álle musea, ongeacht grootte, type collectie en wijze van financiering. 

Derde generieke noodpakket economie en banen

Daarnaast is in de ministerraad besloten over het derde generieke noodpakket economie en banen. Voor cultuur zullen generieke maatregelen – zoals de loonkostencompensatie NOW en tegemoetkoming vaste lasten – doorlopen tot 1 juli 2021. Lees hier het nieuwsbericht en lees hier de brief van de Minister van OCW.

Musea die tussen wal en schip vallen

Het sectorspecifieke steunpakket voor cultuur is voor musea broodnodig en daarom zeer welkom. De culturele en creatieve sector verwacht dit jaar € 2,6 miljard aan inkomstenderving. En eind deze zomer bleek uit een enquête van de Museumvereniging dat zo’n honderd musea verwachten hoogstens een jaar overeind te kunnen blijven als er niet meer doeltreffende steun op gang komt. Uit de enquête bleek dat musea die tussen wal en schip vallen doorgaans gemeentelijk gefinancierde musea zijn met minder dan 40.000 bezoeken per jaar en musea die vrijwel volledig afhankelijk zijn van inkomsten uit entreegelden en zalenverhuur. Musea hebben een tegemoetkoming nodig in de doorlopende kosten door de verplichte tijdelijke sluiting tot 1 juni en, sinds de heropening, door de beperkte bezoekcapaciteit vanwege de coronamaatregelen in de anderhalvemetersamenleving. 

Steunpakket van 300 miljoen extra is waardevol

Het eerder door de minister aangekondigde steunpakket van 300 miljoen extra voor cultuur is waardevol, maar de minister heeft zelf al aan de Tweede Kamer laten weten dat meer middelen nodig zijn. De Museumvereniging blijft daarom pleiten voor een bestuursakkoord tussen rijk, provincies en gemeenten voor passende steun aan álle musea: ongeacht grootte, type collectie, vestigingsplaats of wijze van financiering. Het steunpakket zou volgens de vereniging als volgt moeten zijn opgebouwd:

  1. Tegemoetkoming in de doorlopende huisvestingskosten van musea. Lees de brief hierover aan minister Ollongron hier.
  2. Investering in een Nationaal Herstelfonds dat overbrugging kan bieden in werkkapitaal, de vraaguitval kan keren en bezoek stimuleert.
  3. Verruiming van de Geefwet als fiscale stimulans voor kleine en gulle gevers aan culturele ANBI’s zoals musea. Lees de brief hierover aan staatssecretaris Vijlbrief hier.

Meer steun voor cultuur

In een serie van vier amendementen vroegen de PvdA, Groen Links en SP begin juni 2020 om meer steun voor cultuur. Als Museumvereniging ondersteunen wij de vier amendementen van harte. Een daarvan roept op om 200 miljoen euro extra ter beschikbaar te stellen voor eerder genoemde tegemoetkoming in huisvestingskosten van onder meer musea. De andere amendementen pleiten voor middelen voor zzp’ers en freelancers, een innovatiefonds en het niet-gesubsidieerde deel van de sector, want zonder steun dreigt er veel expertise en talent verloren te gaan voor de sector.

Taskforce culturele en creatieve sector

29 juni vond het Kamerdebat plaats over cultuur in coronatijden. Tijdens het debat stonden de corona-steunmaatregelen voor cultuur en de adviezen van de Raad voor Cultuur over de basisinfrastructuur 2021-2024 (BIS) centraal. Samen met de taskforce culturele en creatieve sector pleit de Museumvereniging voor een Herstelplan, bestaande uit 5 punten wat ook hierboven genoemde steunpakket voor musea omvat. Het herstelplan dient als basis voor herstel van de culturele en creatieve sector en is bedoeld voor de volle breedte van de culturele en creatieve sector: van de individuele ZZP'er tot (grote) commerciële of gesubsidieerde bedrijven en alles wat er tussenin zit. 

Vijfpuntenplan taskforce culturele en creatieve sector

  • Zorg voor extra, sectorspecifieke steun;
  • Help gemeenten en provincies de fijnmazige culturele infrastructuur in stand te houden;
  • Creëer een Nationaal Herstelfonds;
  • Zet in op ruimhartig fiscaal beleid voor donaties, crowdfunding en legaten;
  • Bied een reëel perspectief op verdere heropening door experimenten.

Vraaguitval duurt langer dan coronacrisis zelf

Dit plan is niet alleen bedoeld voor 2020, maar loopt tot ver in 2021, omdat we weten dat de vraaguitval langer zal duren dan de coronacrisis zelf. Hoewel musea onder voorwaarden weer veilig en verantwoord hun deuren kunnen openen sinds 1 juni, is het leed nog zeker niet geleden. Waar de gemiddelde derving van musea aan publieksinkomsten tijdens de sluiting zo'n 10 miljoen euro per week was, is dat sinds begin juni - omdat musea weer iets van eigen inkomsten hebben - zo'n  5 tot 7 miljoen euro per week. We zijn blij met elke versoepeling van de coronamaatregelen, maar daarmee staat het publiek nog niet in rijen voor de deur en zal ook internationaal toerisme nog een tijd op zich laten wachten. Musea verwachten tot het eind van het jaar maximaal rond de 20% van de reguliere bezoekersinkomsten, waarmee zij nog steeds op een inkomstenderving zitten van zo’n 80%. Voor 2021 verwachten we voor musea weliswaar stijgende bezoekersinkomsten, maar nog altijd slechts 40 tot 50%. Dus ook volgend jaar is de inkomstenderving aanzienlijk. 

De sector is afhankelijk van een gezonde economie

Na de bezuinigingen na de economische crisis is de museumsector minder afhankelijk geworden van subsidies, maar des te meer van een gezonde, sterke economie. Om overeind te blijven is steun en compensatie van doorlopende kosten hoognodig. 

Beschermen van collecties

De anderhalve meter samenleving heeft als gevolg dat musea minder publiek kunnen ontvangen. Dat betekent dat de inkomstenderving nog enige tijd zal doorlopen. Uiterste consequentie van het niet tijdig treffen van de eerdergenoemde maatregelen is – zo blijkt uit verschillende enquêtes die wij als Museumverenging onder onze leden hebben gehouden – dat 25% van de musea (vooral middelgrote en kleine musea die collecties van overheden beheren) omvallen. De collecties van deze musea worden veelal beschermd door de Erfgoedwet. De doorlopende materiële kosten, voor beheer en behoud, zullen een veelvoud bedragen van het herstelpakket waar de Museumvereniging om vraagt. 

Er is voor langere tijd financiële zekerheid nodig

Musea moeten het nu zij weer heropend zijn vooral van hun vaste presentaties en eigen collectie moeten hebben: voor investeringen in aankopen of tijdelijke tentoonstellingen met bruiklenen vanuit het buitenland gelden allerlei beperkingen. Bovenregionaal verkeer wordt ontmoedigd, net als reizen per openbaar vervoer. Ook zal men zich niet zomaar in grote groepen en op drukke plekken begeven. Al met al is er voor langere tijd financiële zekerheid nodig, zodat een goed en toegankelijk cultuuraanbod in alle regio’s mogelijk blijft. Musea vormen een onmisbare pijler onder onze samenleving én economie. Hulp is nodig opdat iedereen door heel het land toegang houdt tot een enorm cultureel kapitaal dat van ons allemaal is.