Raad voor Cultuur stelt kader voor visitatie rijksmusea

Nieuws | 27 jun 2019

Tijdens het rondetafelgesprek op 20 juni in de Tweede Kamer zijn vragen gesteld over de borging van innovatie bij rijksmusea. Dit naar aanleiding van de overheveling van de publiekssubisidies naar de Erfgoedwet. Zoals minister Van Engelshoven (OCW) voorstelt in haar uitgangspuntenbrief, is visitatie een passend instrument om verdere verbetering te stimuleren.

Minister van Engelshoven vraagt de rijksmusea om visitatie vorm te geven en de Raad voor Cultuur om te adviseren over het kader van de visitatie. Dit sluit aan op de behoefte van de rijksmusea zelf. Zij zijn blij met overheveling van de publiekstaken naar de Erfgoedwet en hechten zeer aan visitatie als instrument om de kwaliteit te stimuleren. Eens in de vier jaar vindt zelfevaluatie plaats waarna visitatie volgt. Deze gaat uit van een integrale beoordeling: transparant, in dialoog en toevoeging van specialistische kennis over de collectie van het betreffende rijksmuseum. Hierbij betrekken de rijksmusea de uitkomsten van de vorige visitatie, de verbeterpunten en de prestatieafspraken met het departement en de ambities van de musea naar aanleiding van de visiebrief van de minister.

Algemeen Overleg

Op 27 juni vindt in de Tweede Kamer het Algemeen Overleg plaats over de Uitgangspuntennotitie Cultuurbeleid 2021-2024. Tijdens het rondetafelgesprek van 20 juni mocht de Museumvereniging al het publieke belang van de Nederlandse musea belichten. De Museumvereniging pleit vooral voor:

  • 2,5 miljoen euro extra voor rijksmusea die nodig is voor eerlijke beloning door toepassing van de Fair Practice Code
  • Nog ontbrekende middelen voor kleinere en kwetsbare musea vanaf 2020
  • Verantwoordelijkheden van overheden voor de collectie Nederland. Het gaat hier om de twaalf musea, in elke provincie één, die al door gemeente en/of provincie worden gefinancierd en in 2021-2024 in aanmerking komen voor jaarlijks €250.000 voor publiekstaken. Een collectie van (inter)nationale allure hoort daartoe een criterium te zijn. Dat zou moeten worden beoordeeld op landelijk niveau door onafhankelijke, deskundige adviseurs in plaats van de voordracht die provinciale bestuurders doen. En nu musea gefinancierd door andere overheden ook bij het rijk in aanmerking komen voor subsidie, zouden ook de rijksmusea bij gemeente en provincie terecht moeten kunnen. Deze overheden profiteren immers van de rijkscollectie.   

Alleen samen vertellen musea het hele verhaal!

Deel dit nieuws