Prinsjesdag 2020: regering onderstreept belang van kunst en cultuur voor de samenleving

Nieuws | 15 sep. 2020

Regering investeert in publieke voorzieningen, waaronder kunst en cultuur

Ondanks deze onzekere tijd kiest de regering ervoor niet te bezuinigen, maar te investeren in baanbehoud, goede publieke voorzieningen, en een sterkere economische structuur en een schoner land nu en straks. Op die pijlers rusten de plannen van de regering voor het komende jaar. Tegelijkertijd is sprake van een ongekend zware economische terugslag die ook op de lange termijn de economie en overheidsfinanciën treft.

“Met een aanvullend pakket van bijna een half miljard euro voor kunst en cultuur onderstreept de regering het grote maatschappelijke belang van deze sector”, zo zei Koning Willem-Alexander in zijn troonrede vandaag. We zijn in het bijzonder minister Van Engelshoven buitengewoon dankbaar voor de steun en inzet voor de culturele en creatieve sector, waaronder musea. Ook de extra middelen voor de door corona extra zwaar getroffen podiumkunsten zijn cruciaal voor het behoud van publieksbereik en werkgelegenheid.

Ook medeoverheden worden versterkt om in cultuur te investeren

Voor gemeenten komt bijna 800 miljoen euro extra beschikbaar, bijvoorbeeld voor buurthuizen, sociale werkvoorziening, culturele instellingen. Hoewel nog niet bepaald is hoe deze middelen precies over gemeenten worden verdeeld, zijn we blij dat ook op lokaal niveau het belang van culturele voorzieningen wordt erkend. Het is van groot belang dat deze middelen dat ook echt terecht komen bij de veelal kleinere, lokale musea. Deze musea versterken de maatschappelijke binding in dorp, stad of regio en de economische aantrekkingskracht van de omgeving. Zij zijn van onschatbare waarde – en vielen tot nu toe vaak tussen wal en schip qua steunmaatregelen.

Een sterke keten houdt de museumsector vitaal   

We zijn verheugd dat de eerder aangekondigde overheveling van de budgetten voor de Rijksmusea naar de Erfgoedwet per 2021 definitief bevestigd is. Hiermee krijgen de rijksmusea het (financiële) vertrouwen om hun collecties te blijven ontsluiten voor het publiek. Vandaag is bovendien officieel geworden dat in elke provincie musea voor extra publiekstaken worden opgenomen in de Basisinfrastructuur 2021-2024 (BIS). Hiermee is jaarlijks 3 miljoen euro gemoeid. Bovendien is in de BIS ruimte gemaakt voor het beheren, behouden en ontsluiten van de verweesde sectorcollecties podiumkunsten en grafische vormgeving. En ook museale ondersteunende instellingen, presentatie- en ontwikkelinstellingen zijn in de BIS opgenomen. Al met al ontstaat zo, samen met de bijdragen voor post-academische instellingen een keten, die bijdraagt aan een vitale (museum)sector.  

Het héle veld doet er toe, groot en klein, gesubsidieerd en ongesubsidieerd

We benadrukken de bestelverantwoordelijkheid van het kabinet voor álle musea dus ongeacht grootte, type collectie, vestigingsplaats of wijze van financiering. Ook kunnen we niet genoeg zeggen hoe belangrijk de makers en freelancers óók voor musea zijn. Velen van hen zijn de afgelopen jaren noodgedwongen zelfstandig aan de slag gegaan in de sector en hebben recht op een eerlijke beloning. Fair pay en een goed opdrachtenbeleid komen in deze crisis echter onder druk te staan. Uitstroom van talent en kennis moet voorkomen worden. We roepen daarom de minister op om, om met de Raad voor Cultuur te spreken, weerbaar en wendbaar door deze crisis te komen: gesubsidieerd of ongesubsidieerd, in randstand en randland, instellingen én werkenden. Alleen dan blijft een enorm cultureel kapitaal dat van ons allemaal is toegankelijk voor alle inwoners van dit land en blijven musea in staat het gehele, actuele verhaal van onze steeds veranderende samenleving over te brengen op een groot en divers publiek.

 

Deel dit nieuws