Wetgevingsoverleg Tweede Kamer over Cultuurbegroting 2021

Nieuws | 23 nov. 2020

Een blijvende binding van álle inwoners van ons land met de Collectie Nederland: dat is waar ruim 400 Nederlandse musea zich dag-in-dag-uit voor inzetten. De museumsector is het kabinet erkentelijk voor de ruimhartige noodsteun, zowel generiek als sectorspecifiek. Wij ervaren een luisterend oor van minister Van Engelshoven naar de noden uit de sector. Helaas zijn daarmee onze zorgen nog niet weggenomen o.a. wat betreft de precaire positie van beeldend kunstenaars en zzp-ers. Verder vragen wij de Tweede Kamer om ervoor te zorgen dat noodsteun daar terechtkomt waarvoor die bedoeld is – bij musea in heel het land. Maar dat geldt evengoed voor bestaande budgetten, zoals het Nationaal Aankoopfonds.

Want in het verlengde van de toekenningen voor de Basisinfrastructuur 2021-2024 is eenmalig, een noodgreep gedaan uit het Nationaal Aankoopfonds. Daarmee is in 2020 een fors gat geslagen in dit fonds. Wij wijzen erop dat door de aanhoudende coronacrisis en ondanks de noodsteun de financiële situatie van de musea verder zal verslechteren. Ongeveer tweederde van de collectie Nederland is in handen van anderen dan de rijksoverheid. Het risico bestaat dat meermalen een beroep op het Aankoopfonds gedaan zal moeten worden om verzamelingen voor het Nederlands publiek te behouden. Het Aankoopfonds wordt in de cultuurbegroting 2021 nog niet aangevuld maar wij verwachten dat dit bij het volgende regeerakkoord alsnog wordt rechtgezet.

Wij hebben in reactie op de eenmalige noodgreep verzocht dat - in lijn met de wens van de Eerste Kamer in 2015 - het Nationaal Museaal Aankoopfonds zo snel als mogelijk weer wordt aangevuld. Ook de commissie Pechtold adviseerde om er zodoende voor te zorgen dat er altijd voldoende overheidsmiddelen aanwezig zijn voor eventuele aankoop van (beschermde) cultuurgoederen en verzamelingen die uit Nederland dreigen te verdwijnen. Bovendien heeft de minister van OCW sinds september 2020 de commissie Buma benoemd om invulling te geven aan eerder genoemd advies van de commissie Pechtold en de Raad voor Cultuur ‘van terughoudend naar betrokken’ (2019). Tot onze teleurstelling is de wens van de Eerste Kamer nog niet ingevuld in de cultuurbegroting 2021 maar wij verwachten dat dit bij het volgende regeerakkoord alsnog wordt rechtgezet. Wij vragen uw Kamer om er bij de minister op aan te dringen dit onderdeel te laten zijn van het overdrachtsdossier.

  • Ook doen wij, als onderdeel van de Taskforce culturele en creatieve sector, een dringend beroep op u voor een integrale oplossing voor twee grote zorgen die samenhangen met de verdeling van het tweede sectorspecifieke noodpakket cultuur van € 482 miljoen, te weten:
  • Een specifieke uitkering aan gemeenten van € 150 miljoen voor de lokale, culturele infrastructuur met een herleidbaar trekkingsrecht voor instellingen, opdat de middelen daadwerkelijk terecht komen bij instellingen en makers.
  • Een stimulans voor gemeenten om noodsteun aan culturele instellingen te verlenen door, bij hoge uitzondering, een extra financiële bijdrage en/of kwijtschelding van huur of lokale lasten niet aan te merken als omzet voor de NOW.

Ter toelichting hierop het volgende:
Uit het tweede steunpakket voor cultuur ontvangen medeoverheden, vooral gemeenten, extra middelen om de culturele infrastructuur lokaal te stutten: het gaat om € 150 miljoen. Eerder is € 120 miljoen via een decentralisatie-uitkering bij gemeenten terecht gekomen en nog eens € 48,5 miljoen door een matchingsconstructie via de Rijkscultuurfondsen rechtstreeks bij lokale instellingen. In aanvulling daarop komt nu € 150 miljoen beschikbaar. Wij doen een klemmend beroep op u dat deze € 150 miljoen via een specifieke uitkering aan gemeenten wordt verstrekt, waardoor instellingen een herleidbaar trekkingsrecht hebben. Wij gaan uit van de goede trouw van gemeenten, maar willen het risico minimaliseren dat juist dit budget in de algemene middelen terecht komt. We willen maximale zekerheid dat de middelen ook belanden daar waarvoor ze bestemd zijn: bij de lokale instellingen zelf. Zij zijn immers bikkelhard getroffen door deze coronapandemie. 

Maar als je als culturele instelling extra hulp krijgt van gemeenten of private fondsen, dan kan het zo maar zijn dat die hulp zich tegen je keert. Maar ook gemeenten die het goede willen doen, bijten zo in hun eigen staart. Want doordat extra financiële bijdragen en kwijtschelding van huur of lokale lasten als omzet worden aangemerkt voor NOW (Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid) valt de noodsteun lager uit en wordt het financiële tekort niet kleiner.

In de kamerbrief van 16 november jl. wordt gesteld dat in geval van noodsubsidies van bijvoorbeeld medeoverheden dubbelfinanciering voorkomen moet worden. Maar gezien het forse verlies aan eigen inkomsten dat zich bijna 1-op-1 vertaalt in een exploitatieverlies en het beperkte weerstandsvermogen, zijn noodsubsidies van vitaal belang voor het voortbestaan van culturele instellingen. Bovendien zijn noodsubsidies van overheden vaak een tegemoetkoming in een specifiek onderdeel van de exploitatie. Zo is er geen sprake van dubbele financiering van hetzelfde tekort, maar is alleen sprake van verdere vermindering van het verlies. Om werkgelegenheid te behouden, lonen te betalen en opdrachten aan makers te verstrekken zijn noodsubsidies ter aanvulling op NOW en TVL dan ook cruciaal. Verder vrezen wij dat het in de praktijk onvoldoende blijkt om over huurkortingen of -kwijtscheldingen alleen op de site van de rijksoverheid te verduidelijken dat verlaging van kosten niet tot de omzet behoort. Wij achten het noodzakelijk dat OCW zich ervan kan vergewissen dat ook het controleprotocol voor accountants in lijn hiermee is gewijzigd; het ligt op de weg van SZW om met de NBA - de beroepsorganisatie van accountants - standaarden voor vaststelling van NOW1, zoals die momenteel gelden, op de kortst mogelijke termijn te herzien. Juist in deze barre tijden kunnen alle tegemoetkomingen het verschil maken tussen net wel of níet overleven van culturele instellingen en het behoud van werkgelegenheid en inkomen voor werknemers en zelfstandigen.

We rekenen op de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Financiën om bovenstaande aanpassingen te realiseren en op aanvulling van het Nationaal Aankoopfonds binnen afzienbare termijn. Ook rekenen we op het kabinet om de sector perspectief te bieden op (experimenten met) verdere heropening en dus het mogen verwelkomen van meer bezoekers, opdat de fijnmazige, culturele infrastructuur zo veel als mogelijk de Coronacrisis kan doorstaan en opdat cultuur voor iedereen - ook in zijn eigen, directe omgeving - toegankelijk blijft. 

Deel dit nieuws