Capaciteit en competentie conservatoren en kennis en kunde museummedewerkers

Alleen door de deskundige inzet van alle medewerkers en vrijwilligers kunnen de Nederlandse musea zo’n 80 miljoen voorwerpen bewaren voor de toekomst, nader onderzoeken en op aansprekende wijze presenteren.

De afgelopen jaren hebben musea de forse bezuinigingen grotendeels opgevangen door een ondernemender aanpak. Het eigen inkomen van musea is daardoor voor het eerst hoger dan de ontvangen subsidies. Bovendien is in de afgelopen vier jaar het aantal museumbezoeken met 30% gestegen. De ondernemender aanpak vergt niet alleen andere competenties van museummedewerkers, maar vraagt ook een grotere aantrekkingskracht van musea op de arbeidsmarkt. Denk aan aandacht om voldoende kennis en kunde op nieuwe terreinen in te laten stromen (zoals marketing, fondsenwerving, e-depot) en tijdig nieuwe talenten (zoals conservatoren) op te leiden.

De ondernemender aanpak zorgde er ook voor dat werkdruk met 32% twee keer zo hard is gestegen dan gemiddeld in de sector. Tegelijkertijd is er sprake van een uitstroom van kennis en ervaring op het terrein van museale collecties en het beslag dat bruikleenverkeer op de capaciteit legt. Redelijke beloning en investeringen in kennis, kunde en capaciteit voor collectietaken vragen om extra middelen.

Financiering voor opleidingsprogramma’s nu te beperkt

De huidige externe financieringsmogelijkheden, via bijvoorbeeld het Prins Bernhard Cultuurfonds en de Vereniging Rembrandt, zijn te beperkt. Zij bieden slechts de mogelijkheid voor een korte aanstelling van een junior conservator. Terwijl een conservator zich jarenlang in een onderwerp moet kunnen verdiepen voordat er een inhoudelijke bijdrage kan worden geleverd. In het belang van alle musea – van hedendaagse kunst tot natuurhistorie – zou er budget moeten komen voor langjarige opleidingsprogramma’s voor junior conservatoren.