Arbeidsmarkt

De Museumvereniging bouwt aan een solide en toekomstgerichte bedrijfsvoering die gezonde, gemotiveerde en productieve vrijwilligers, freelancers en medewerkers stimuleert in hun ontwikkeling. Hiervoor voert de vereniging een actieve lobby op het gebied van de arbeidsmarkt.

Alleen dankzij de deskundige inzet van alle medewerkers en vrijwilligers kunnen de Nederlandse musea zo’n 80 miljoen voorwerpen bewaren, onderzoeken, interpreteren en presenteren. Uit Museumcijfers 2018 blijkt dat de werkgelegenheid – hoewel minder hard – bij musea blijft groeien: in 2018 werkten er 600 meer mensen bij musea dan het jaar ervoor. De totale werkgelegenheid ligt rond de 41.000 banen, waarvan 27.000 onbetaald als vrijwilliger of stagiair. De totale personeelssterkte gemeten in voltijdsbanen is ruim 9.800 fte’s.

Stijgende werkdruk

Door stijgende werkdruk, onder met name conservatoren en onderzoekers, komt de collectietaak van musea in het geding. Deze werkdruk is niet alleen ongezond, maar leidt ook tot ongewenste uitstroom en zet een rem op het bruikleenverkeer omdat het aanvragen en afhandelen van een bruikleen een complex en arbeidsintensief proces is. De Museumvereniging gaf daarom al in 2014 de aanbeveling aan de Nederlandse overheid, als eigenaar van het merendeel van de collecties, om te blijven investeren in het digitaliseren van de Collectie Nederland. Als vrijwel alle collecties digitaal toegankelijk zijn, kunnen bruikleenaanvragers doelgericht een verzoek indienen en daarmee de werklast voor het hele museale veld verminderen.

Ondernemende aanpak

De afgelopen jaren hebben musea de forse bezuinigingen grotendeels opgevangen door een ondernemender aanpak en ook nu tijdens de coronacrisis tonen zij daadkracht en ondernemerschap. In 2018 was het eigen inkomen dan ook vrijwel gelijk aan de ontvangen subsidies. Deze nieuwe aanpak vergt niet alleen andere competenties van museummedewerkers, maar ook om een grotere aantrekkingskracht van musea op de arbeidsmarkt. Om zo medewerkers met kennis en kunde van bijvoorbeeld marketing, fondsenwerving en een e-depot te kunnen laten instromen en tijdig nieuw talent (zoals conservatoren) op te kunnen leiden.

Ondernemender aanpak

Door de ondernemender aanpak is de werkdruk met 32% twee keer zo hard gestegen dan gemiddeld in de sector. Tegelijkertijd is er sprake van een uitstroom van kennis en ervaring op het terrein van museale collecties, onder andere door vergrijzing en pensionering. Redelijke beloning en investeringen in kennis, kunde en capaciteit voor collectietaken vragen om extra middelen van de overheid.

Financiering voor opleidingsprogramma’s is te beperkt

De huidige externe financieringsmogelijkheden, via bijvoorbeeld het Prins Bernhard Cultuurfonds en de Vereniging Rembrandt, zijn te beperkt. Zij bieden slechts de mogelijkheid voor een korte aanstelling van een junior conservator. Terwijl een conservator zich jarenlang in een onderwerp moet kunnen verdiepen voordat er een inhoudelijke bijdrage kan worden geleverd. In het belang van alle musea – van hedendaagse kunst tot natuurhistorie – zou er budget moeten komen voor langjarige opleidingsprogramma’s voor junior conservatoren.